                  WAAROM EEN SURINAME-MODEL?

(aangepaste  versie  van  bijdrage  voor  "Het  Bedrijfsleven",
december 1991)

In  de economie hangt  alles met alles samen.  Dat is teveel om
met  het blote  hoofd in  detail te  kunnen overzien. Uiteraard
hebben  senior macro-economen die al meer  dan tien jaar in een
bepaald  land werkzaam zijn voldoende overzicht als het gaat om
hun  specialisme, bijvoorbeeld  monetaire of  fiscale kwesties.
Bij  de  besluitvorming  over de  oplossing  van gecompliceerde
herstructureringsvraagstukken    zijn   echter    vele   andere
specialisten  betrokken, die niet  alle ook goed  thuis zijn in
macro-economie.  Een macro-model kan  dan een hulpmiddel vormen
om de vele aspecten in onderling verband te bezien.
Men  kan er de van  diverse kanten aangedragen beleidspakketten
mee aan elkaar te smeden, en de gevolgen ervan op economie door
te  rekenen. De uitkomsten van  die berekeningen dient men niet
voor zoete koek te slikken. Ze dienen eerst met gezond verstand
te  worden beoordeeld,  want de computer  is niet  meer dan een
hulpmiddel om te bezien wat er redelijkerwijs gaat gebeuren. Zo
kan  men er  geen korte termijn  wisselkoers voorspellingen mee
maken.

diverse modellen

Het  woord model heeft vele betekenissen. Behalve foto-modellen
en   diverse   modellen   van  een   automerk,   zijn   er  ook
oplossingsmodellen en macro-modellen. Een oplossingsmodel geeft
een verzameling ideen om een probleem op te lossen. Een macro-
model  is  daarentegen  een  rekeninstrument,  waarmee  men  de
werking van de economie op de computer nabootst. We spreken van
een  empirisch macro-model als het  gaat om een rekeninstrument
waarmee  men de realiteit van de  economie van een bepaald land
nabootst.

De  kwaliteit van een empirisch macro-model kan men aflezen aan
de  mate waarin het de relevante economische processen bevat en
gelijkenis  vertoont met het land in kwestie. Anders dan bij de
aanschaf    van    een    auto   zijn    er    daarbij   weinig
keuzemogelijkheden.  Een  goed  macro-model van  een  land moet
immers  goed op het land in  kwestie lijken.  Daartoe dient men
zowel  gebruik  te  maken  van  de  internationale  economische
literatuur,  als van de literatuur over  het land in kwestie en
in het bijzonder te beschikken over een goede set statistieken.

Ons  belangrijkste  werk  is geweest  het  samenstellen  van de
"Micromacrodataset   Suriname'  waarin   met  elkaar  kloppende
cijfers   staan  betreffende  Nationale  Rekeningen,  Monetaire
Overzichten,  Arbeidsmarktbalansen en  microdata betreffende de
belangrijkste  exportproducten. Deze dataset loopt van 1954 tot
en met het jaar 1987.

Suriname-model Macmic

Op basis van de internationale en nationale literatuur is eerst
een  grof  model gemaakt.  Dat is  vervolgens  op basis  van de
dataset  nader ingevuld,  zodat het macro-model  steeds meer op
Suriname  begon te  lijken. De  constructie van  dit empirische
macro-model van Suriname, genaamd "Macmic" staat beschreven in:
"Een  Macro-model  van  een  Micro-economie".  (Er  is  ook een
populaire  samenvatting in  de vorm  van een  bundel van twaalf
essays "Achter de wolken schijnt de zon" verkrijgbaar).
Dank  zij  de  Micromacrodataset Suriname  1954-1987  bleek het
mogelijk theoretisch bekende economische relaties voor Suriname
te   kwantificeren.  Verder  zit  in  Macmic  een  theoretische
vernieuwing:  een microblok voor de exportsector consistent met
het  macroblok. In de loop der jaren zal bij uitbreiding van de
Surinaamse  statistieken en de internationale wetenschappelijke
kennis  ook  voor  Suriname verder  kunnen  worden  gewerkt aan
wezenlijke verbetering van het model.

Andere Macromodellen.

Zou  men in plaats van het  Suriname-model Macmic ook een ander
macro-model  kunnen  gebruiken voor  de analyse  van Suriname's
economie?
  Dat is inderdaad tot op zekere hoogte mogelijk, namelijk door
het  macro-model van een ander  land te gebruiken, bijvoorbeeld
het  FK-model van het Nederlandse  Centraal Planbureau, of door
het  RMSM-model te  hanteren, dat  de Wereld  Bank voor diverse
landen gebruikt.
  Het probleem met het gebruik van het model van een ander land
is  echter,  dat  het  niet  is  toegesneden  op  de Surinaamse
situatie.  In het  begin van mijn  studie die  uitmondde in het
Suriname model Macmic, heb ik geprobeerd om 69-C, het model dat
het  Nederlandse Centraal Planbureau  tot in de  zomer van 1975
heeft  gebruik voor zijn jaarlijkse  ramingen, toe te passen op
Suriname. Dat leverde echter zowel voor de uitvoer- als voor de
investeringsvergelijking geen significante cofficinten op. In
"Een    Macromodel   van   een    Micro-economie"   is   daarom
geconcludeerd,  dat het overnemen  van een model  van een ander
land  niet goed mogelijk is, in het bijzonder vanwege de kleine
omvang  van Suriname's economie,  waardoor de wet  van de grote
aantallen  in de exportsector niet geldt. Om die reden werd het
tot voor kort zelfs betwijfeld of het mogelijk is om een macro-
model  te bouwen voor een kleine open economie. Dit probleem is
echter opgelost in mijn studie via de macro-micro methodiek.
  Het  Revised Minimum  Standard Model  van de  Wereld Bank kan
voor  alle landen worden gebruikt vanwege, zoals de naam al aan
geeft,  zijn minimum  standaard karakter, maar  daardoor is het
tevens   erg  primitief.  Delisle  Worrell,  zegt  daarover  in
"Economic  forecasting  in  the Caribbean,  options  for policy
makers"(Central  Bank of Barbados, May  1991): "RMSM is a model
which  tests only for internal consistency of forecasts.  ...it
contains  no  short term  adjustment  mechanisms and  only real
variables."  In feite is het RMSM  model niet veel meer dan een
simpel  boekhoudprogramma  en  geen echt  economisch  model met
modellering van de relevante gedragsrelaties.
  Het  team van Coopers  and Lybrand heeft  in 1990 in Suriname
(toen  het Suriname  model nog  niet was  gepubliceerd) gebruik
gemaakt  van het RMSM  model. Het bevat  de belangrijkste macro
economische definitie relaties alsmede summier gedragsrelaties.
Het  model MACMIC kan men zien als een uitbreiding daarvan, met
als toegevoegde waarde:

1.  De macro gedragsvergelijkingen  van Macmic zijn toegesneden
op de Surinaamse situatie.
2.  Daarenboven bevat Macmic  een micro-blok, waarin consistent
en  simultaan  met  het  macro-blok,  de  prijs,  productie  en
investeringen  van  ieder van  de elf  belangrijkste Surinaamse
exportproducten voorkomen
3.  Macmic kent  een parallelmarkt,  zoals thans  kenmerkend is
voor Suriname.
4.  De  vergelijkingen  van  het  model  zijn  geschat  op  een
consistente  dataset van Suriname over de jaren 1954 tot en met
1987.  Dat was  mogelijk, dank  zij de  Micromacrodataset. Deze
voor  kleine ontwikkelingslanden unieke dataset is in het kader
van  de studie van Macmic  vervaardigd, waarbij veel profijt is
getrokken  van het in het kader van de bouw van Macmic speciaal
voor Suriname ontwikkelde nationale boekhoudprogramma Macroabc,
dat  consistentie verzekert tussen Nationale Rekeningen, Sector
Rekeningen,  Monetaire Overzichten  en Arbeidsmarktbalansen van
Suriname.
5.  Na het  kwantificeren van de  modelvergelijkingen heeft het
complete  model vijf zware tests  ondergaan: voor vijf perioden
in   het   verleden  zijn   ramingen  achteraf   voor  Suriname
uitgevoerd,    waarna    die    zijn    vergeleken    met    de
realisatiecijfers.
6.  Er  is  met  het model  een  actualisering  voor Suriname's
economie  uitgedraaid,  die  vervolgens  op  plausibiliteit  is
bezien door te vergelijken met voorlopige realisatiecijfers.
7.  Met  het model  zijn vele  varianten gedraaid  voor diverse
deelperioden    betreffende   Suriname,   die   vervolgens   op
plausibiliteit zijn bezien.

  Pas  nadat de  voorgaande zeven punten  waren afgewikkeld, is
het  model gebruikt  voor de becijfering  van diverse pakketten
van beleidsmaatregelen, waaronder herstructureringspakketten.

Bij  de bouw  van Macmic  is gebruik  gemaakt van  de modernste
technologie  en theorie. Die is  internationaal, maar het model
is  op bovenstaande zeven wijzen  verankerd in Suriname. Daarom
kan  men  nu  spreken  van  het  'Suriname'-model  Macmic.  Het
voorzetsel  Suriname is ook belangrijk  om te onderstrepen, dat
men   in  Suriname  het  model   desgewenst  kan  verfijnen  en
aanpassen.


Toekomstige ontwikkeling

Het  Suriname-model is geen wonderkastje.  In feite bestaat het
uit een verzameling geordende data over de jaren vanaf 1954 met
het    nationale   boekhoudprogramma   Macroabc,   een   aantal
gekwantificeerde  economische  relaties,  plus  een verzameling
programmatuur   zowel  op  macro  als  op  micro  niveau.  Deze
verzameling  data en  programmatuur is  reeds de  basis geweest
voor  vele modelversies en hopelijk zal  er in de komende jaren
met  het beschikbaar komen van nieuwe statistieken en theorien
verder  worden gewerkt  aan nieuwere  versies. 'Suriname-model'
kan  dus een  verzamelnaam worden  voor vele  empirische macro-
modellen,  die zijn gebaseerd  op de Surinaamse  micro en macro
dataset,  en de internationale en nationale literatuur. In 1991
hebben  een twintigtal junior economen  en statistici (van SPS,
ABS,    CBvS,   Bauxietinstituut,   Universiteit   en   diverse
Ministeries)   deelgenomen  aan  een  'cursus  Suriname-model'.
Daarvan  hebben er veertien het certificaat behaald. Zij kunnen
verder  zelfstandig  met het  Suriname-model draaien  en hebben
reeds  meegewerkt aan  verbetering ervan. Zo  werd gedurende de
cursus   de  dataset   geactualiseerd,  een   aanzet  voor  een
inkomensblok gemaakt, en een bauxietblok verder uitgewerkt.

Met  het  Suriname-model  Macmic  beschikt  Suriname  over  een
krachtig   analyse  instrumentarium.  Hierdoor   kan  de  eigen
Surinaamse  expertise op macro  gebied worden ondersteund. Door
dit  instrument in Suriname  zelf verder te  ontwikkelen kan de
eigen  analyse kracht van  het Surinaamse beleidsvoorbereidende
circuit  verder  worden versterkt.  Dat is  van belang  bij het
opstarten    en   monitoren   van    duurzame   hervorming   of
herstructurering van Suriname's economie.

Het  is de bedoeling  van de cursus  modelbouw om de Surinaamse
economen  en statistici die  eraan meedoen op  weg te helpen om
zelf macro rekenmodellen te construeren. Men kan daarbij kiezen
voor twee wegen om voort te bouwen op het werk van anderen:
Starten  met een eenvoudige versie  van een model (in Draaiboek
III  staan  er  enkele)  en  dat  stap  voor  stap  uitbreiden,
verbeteren  en  empirisch verankeren  in Suriname.  Of andersom
beginnen   met  MACMIC   en  dat   stroomlijnen  en  vervolgens
verbeteren  op  o.a.  het  gebied van  de  financiering  van de
parallelmarkt, de uitbouw van het inkomensblok enz..

Voortbouwend  op het  thans beschikbare  materiaal kan  men dan
zelf  nieuwe Suriname-modellen maken,  dat men bijvoorbeeld een
"SPS-model"  of een "CursistNN-model" kan  noemen. Per slot van
rekening is ook het Suriname-model MACMIC gebaseerd op het werk
van  vele anderen,  en is de  toegevoegde waarde  van de bouwer
daarbij vergeleken bescheiden.
Wat  betreft  de  statistische  database  wordt  alle Suriname-
modelbouwers  aanbevolen om MACROABC als basis te nemen. Het is
gewenst  en mogelijk om dat  te actualiseren (zie de oefeningen
in Draaiboek I), maar op grond van inmiddels ruim achttien jaar
ervaring  met Surinaamse  statistieken lijkt  het me  niet goed
mogelijk  om  MACROABC voor  de periode  1954 en  volgende veel
verder  uit te bouwen. Wanneer de diverse macro-modelbouwers in
Suriname   MACROABC   (en   BASMIC  voor   de   microdata)  als
statistische  basis  nemen, dan  heerst  er uniformiteit  in de
definitiever-gelijkingen. Dat kan spraakverwarring voorkomen.
Tot  voor kort beschikte Suriname nog over geen enkel empirisch
macro-micro  model, maar binnen enkele jaren zouden dat er even
veel  kunnen zijn als  er macro modelbouwers  in het land zijn.
Het  zal dan  handig zijn om  ergens (we denken  daarbij aan de
SPS)  een rompmodel voor handen te hebben, alsmede een centrale
plaats waar de primaire input steeds wordt geactualiseerd.
Verder kan men denken aan een gestileerde versie van MACMIC als
rompmodel  bij  SPS en  andere overheidsinstanties,  waarbij er
voor  verschillend gebruik op verschillende wijze uitbreidingen
eraan kunnen worden gehangen.
Het voorgaande moge nog eens onderstrepen, dat ik geenszins het
gebruik  van een  'van Schaaijk' versie  van een Suriname-model
propageer.  Een macro  model is  geen momument  voor de bouwer,
maar een hulpmiddel voor de gebruiker.

Het  doel van de cursus modelbouw is de participanten op weg te
helpen in de kunst van de macro modelbouw. In de Draaiboeken is
daarbij    voornamelijk   technisch   ondersteunend   materiaal
aangedragen  als aanvulling  op de theorie  in "Een macro-model
van een micro-economie".
