                       CAYENNE GRANMAN?


artikel De West 13 december 1992 en  Weekkrant Suriname


Er  bestaan momenteel geweldige tegenstellingen in Suriname. Ze
vallen onmiddellijk op als men Suriname na enkele jaren opnieuw
bezoekt:  het land  kent thans  een zeer  gevarierd wagenpark,
naast  wrakken rijden er  ook schitterende auto's  rond. Het is
duidelijk  dat personen met een  gewoon looninkomen geen nieuwe
auto  kunnen  betalen, maar  dat  personen met  inkomen  uit de
parallelmarkt  van gekkigheid  niet weten  wat ze  met hun vele
geld  kunnen doen. Er  bestaan hervormingspakketten, waarbij de
parallelmarkt  verdwijnt.  De  prijzen  op  de  officile markt
zullen  dan stijgen, maar  die op de  parallelmarkt zullen fors
omlaag gaan.


MISVERSTAND

Het  is  een  hardnekkig  misverstand,  dat  uitvoeren  van een
hervormingspakket  zou leiden tot  geweldige exportgroei en tot
enorme  daling van de  koopkracht van de  werknemers. Men wordt
zelfs   gemakkelijk  verkeerd  verstaan  als  men  iets  anders
beweert.  Zo wordt mij  toegedicht, dat ik  zou hebben beweerd,
dat  bij  uitvoering  van een  hervormingspakket  de Surinamers
zelfs  geen geld meer zouden hebben om een fiets te kopen! Maar
dat ding zit heel anders in elkaar.

Met   behulp  van   het  speciaal   voor  Suriname  ontwikkelde
rekenmodel   MACMIC    kan  worden   uitgelegd,  zowel  wat  er
redelijkerwijs   zal  gebeuren  bij   uitblijven  van  sociaal-
economische  hervorming, als bij uitvoering van een ingewikkeld
hervormingspakket.  Eerst zullen we nog  even schetsen wat zo'n
rekenmodel  inhoudt. Het is een  misverstand te denken dat zo'n
rekenmodel    oplossingen   biedt.    Het   is    slechts   een
rekeninstrument  om de gevolgen van hervormingspakketten vooraf
te becijferen.


REKENMODEL VAN SURINAME'S ECONOMIE

Een  rekenmodel van een economie  is eigenlijk niets anders dan
een  combinatie van theoretische  kennis, praktische inzichten,
statistieken    en   een   speciaal   voor   Suriname   gemaakt
computerprogramma.  Met het  rekenmodel kan men  de werking van
een  economie  nabootsen,  op  voorwaarde,  dat  het  model  is
toegesneden   op   dat   land   en   is   uitgetest   door   de
modelbecijferingen    te   vergelijken    met   de   feitelijke
ontwikkeling  van dat land  over de afgelopen  dertig jaar. Men
kan  niet zomaar  een rekenmodel  van een  ander land gebruiken
voor  Suriname.  In  het Suriname-model  Macmic  wordt rekening
gehouden  met typisch  Surinaamse dingen,  zoals de omvangrijke
bauxietsector,   het   bestaan  van   een   parallelmarkt,  het
bijzondere  loonvormingsproces, en  zo zijn er  nog een tiental
Surinaamse   bijzonderheden  opgenomen.  Met  het  op  Suriname
toegesneden  model  Macmic  kan men  de  complete  economie van
Suriname nabootsen. Dat komt niet omdat de bouwer van dat model
verstand  zou hebben van alle aspecten van Suriname's economie.
Een modelbouwer is geen specialist op ieder gebied. In feite is
zijn  vak  bruggenbouw: hij  maakt  gebruik van  de  kennis van
specialisten.
Zie  bijvoorbeeld de recente serie artikelen in het blad van de
VSB,  met  economische bijdragen  van o.a.  drs.A.J.Brahim, dr.
A.Caram,  ir. R.Kalloe, drs. H.Rijsdijk, drs. A. de Vette, drs.
R.  Martens, of  het artikel van  drs.W.Wirht in De  West van 5
september,  of de lezing van drs. S.Mungra "Overheidsfinancin,
financile  stabiliteit, economische  groei en inkomenspolitiek
in  Suriname"  van  17  april  1991.  Verder  staan  achter  de
Financile  nota,  Jaarplan  en  Jaarverslagen  van  banken  en
bedrijven  de namen van vele Surinaamse economen. Verder kunnen
we beschikken over het conceptrapport van Coopers en Lybrand en
er zijn beleidsnota's van VSB, ASFA en RAVAKSUR beschikbaar. Er
is  enorm veel  bekend en  bij de  bouw van  het Suriname-model
Macmic  kon ik gebruik  maken van een  paar honderd publicaties
over Suriname's economie.
In  feite zit nu kennis  van onder andere tientallen Surinaamse
economen   tezamen  met   informatie  over   een  paar  honderd
economische  grootheden over de jaren  vanaf 1954 opgeslagen in
dit  Suriname-model. Hoe zo'n  model wordt gebouwd  zal rond de
jaarwisseling op de Stichting Planbureau Suriname uit de doeken
worden  gedaan  in  een  vervolgcursus  modelbouw,  waarbij  ik
behalve  het Suriname-model MACMIC ook het door Coopers&Lybrand
gebruikte  RMSM-model  van de  Wereldbank zal  behandelen. (Zie
verder  de bundel  "Achter de wolken  schijnt de  zon", voor Sf
15,- verkrijgbaar bij VACO aan de Domineestraat).


ZO WERKT SURINAME'S ECONOMIE

Met  het Suriname model kan worden  nagebootst, wat er zou zijn
gebeurd  in de  jaren 1983-1987  als de  overheid in  1984 geen
importcontingenteringsbeleid  zou hebben gevoerd, maar toen een
hervormingspakket  zou hebben  uitgevoerd. De  effecten van het
volgende    pakket   zijn   becijferd:   uitgavenverlaging   en
inkomstenverhoging bij de overheid, zodat tering en nering weer
kloppen  en er geen financieringstekort  is; een devaluatie van
110%, waardoor de prijskostenquotes van bedrijven weer rendabel
zouden  zijn  geworden; en  een bevriezing  van de  lonen, maar
verhoging  van  AOV en  kinderbijslag en  voedselsubsidies voor
rijst.  Uitvoering van dit pakket in  1984 zou het ontstaan van
een   parallelmarkt  hebben   voorkomen.  In   1984  zouden  de
consumentenprijzen  als het  pakket zou  zijn uitgevoerd, flink
mr  zijn  gestegen  dan  in  werkelijkheid  gebeurde.  In  de
daaropvolgende  jaren zou dat echter minder zijn geweest, zodat
in  1987 bij uitvoering van  het pakket het consumptieprijspeil
een  derde lager (!) zou zijn  geweest dan in werkelijkheid het
geval  was. De koopkracht zou bij  uitvoering van het pakket in
1984  met een  derde extra zijn  gedaald, maar  in latere jaren
minder,  zodat als het pakket zou zijn uitgevoerd de koopkracht
in  1987  anderhalve  keer zo  groot  zou zijn  geweest  dan in
werkelijkheid.  Uitvoering van dit pakket  in 1984 zou reeds na
enkele  jaren tot  werkgelegenheidsgroei hebben  geleid dankzij
herstel  van  de  prijskostenquotes. Het  pakket  zou overigens
blijkens  de berekeningen met het  Suriname model niet tot veel
groei  van de  exporthoeveelheden hebben  geleid, maar  wel zou
daling ervan zijn voorkomen.
Kortom  als dat pakket  zou zijn uitgevoerd,  zou Suriname even
stevig  de  broekriem moeten  hebben  aanhalen, maar  na enkele
jaren  zou herstel zijn gevolgd. De koopkracht, die nu nog maar
een  kwart is  van het niveau  van begin jaren  tachtig, zou nu
vier   keer  zo  hoog  zijn  geweest   als  men  in  1984  zo'n
hervormingspakket zou hebben uitgevoerd.

Omdat  er in het midden van  de jaren tachtig nog geen regering
met  een voldoende  politiek draagvlak  bestond, was uitvoering
van dit pakket toen niet mogelijk.


TOEKOMST

Moet  uit het voorgaande  worden geconcludeerd, dat  ook nu bij
toekomstige  uitvoering van  een hervormingspakket aanvankelijk
een  nog  verdere  daling  van de  koopkracht  zal  volgen, dat
Surinamers zelfs niet genoeg geld zullen hebben om een fiets te
kopen?
Het    antwoord    is   neen.    De    geweldige   voortdurende
koopkrachtdaling   die  er  de  afgelopen  jaren  heeft  plaats
gevonden  had kunnen worden voorkomen. Zonder hervormingspakket
zal  de  achteruitgang steeds  verder en  verder gaan.  Er zijn
echter   diverse   hervormingspakketten  mogelijk   waarbij  de
gemiddelde  koopkracht  van  werknemers en  bejaarden  niet nog
verder hoeft te dalen. Hierover meer in de volgende aflevering.


CAYENNE GRANMAN?

Suriname   heeft  lang   gewacht  met   het  starten   van  een
hervormingsprogramma.  Men vroeg zich wel eens af of het er nog
ooit  van zou komen.  In Bonaire is  echter duidelijk geworden,
dat  het verdrag uit 1975 over  een half jaar weer volledig zal
kunnen  werken.  Met  gebruik  van  verdragsmiddelen  wordt een
hervormingsprogramma gemakkelijker uitvoerbaar, en inmiddels is
er  zoveel onderzocht,  dat Suriname het  in n  keer goed kan
doen.   Verder  heeft   Nederland  in   Bonaire  enige  cheques
toegezegd,  waardoor er even adempauze  is om diverse mogelijke
hervormingsprogramma's  nader in te vullen,  door te rekenen en
te   bespreken.  In   de  volgende  aflevering   meer  over  de
keuzemogelijkheden  voor Suriname: in n  keer over stappen op
een  vaste wisselkoers, zoals de  heren M. Lago, Vice-President
van  de Centrale Bank  van Venuzuela, en  R. Mac-Quhae Lagreca,
directeur-generaal   van  het  Panbureau  van  de  Venezolaanse
President,   in  october  jongstleden  de  Surinaamse  regering
adviseerden?   Of  eerst   een  gedeeltelijke   devaluatie  met
tijdelijk nog even een zwevende wisselkoers?
