                  VOORTMODDEREN of HERVORMEN?

vervolgartikel  De West 14 december 1992 en Weekkrant Suriname


De  kracht van Suriname ligt niet in zozeer in haar natuurlijke
hulpbronnen en vruchtbare bodem, want ook het onkruid groeit er
erg  snel.  De  echte sterke  punten  van Suriname  zijn  1) de
verbroederingspolitiek,  en 2) de beheerste loonvorming. Het is
zaak bij hervormingspakketten deze twee pluspunten niet uit het
oog te verliezen.

  Midden    jaren   tachtig   had    de   regering   niet   het
maatschappelijke  draagvlak  om  economisch  orde  op  zaken te
stellen.  Toen  had  dat,  blijkens  in  de  vorige  aflevering
gepresenteerde  berekeningen met het Suriname-model, nog gekund
door  te  stoppen  met meer  geld  uit  te geven  dan  het land
verdient  in combinatie met een devaluatie  van 110%. Nu is dat
niet meer zo gemakkelijk mogelijk. Intussen is er namelijk jaar
in,  jaar  uit  door  de  overheid  meer  geld  uitgegeven  dan
verdiend.  De eerste helft van  dit jaar zelfs het recordbedrag
van   een   half  miljard   gulden.  Dientengevolge   wordt  de
geldspeling  steeds  groter  en groter  en  is de  koers  op de
parrallelmarkt  steeds  verder  gestegen.  De  prijzen  stijgen
navenant.  Is  het dieptepunt  intussen  bereikt? Men  kan zich
moeilijk voorstellen, dat het nog slechter zou kunnen worden?

VOORTMODDEREN

Als   de  overheid  de  uitvoering  van  een  hervormingspakket
achterwege laat, en door gaat met meer geld uit te geven dan ze
verdient,  zal  de  koers  op  de  parallelmarkt  steeds verder
stijgen. Dat zou geleidelijk aan kunnen naar 1 op 15 of 1 op 20
in  1996, maar  het kan  daarmee plotseling  veel sneller gaan.
Momenteel   hopen  de   institutionele  beleggers,   banken  en
verzekeringsmaatschappijen  nog, dat er op den duur verbetering
komt,  dat  na  een hervormingspakket  de  koers die  nu  op de
parallelmarkt 1 op 9 is, daalt naar 1 op 4 of 5, hetgeen na een
devaluatie  mogelijk  is.  Dat  is  de  reden,  dat  het enorme
overschot  aan Surinaamse guldens  nog betrekkelijk weinig druk
op de koers uit oefent.
Na  een lezing werd ik aangesproken  door een heer die zich tot
mijn  verbijstering bekend maakte  als de vertegenwoordiger van
een   vanuit   Zwitserland  opererende   groep   bezitters  van
Surinaamse  guldens. Hij vroeg  me of ik  verwachtte dat er een
devaluatie  zou komen en dus de  koers van de Surinaamse gulden
op  de parallelmarkt zou dalen, dus  ten opzichte van de ECU in
waarde  zou stijgen. In dat geval  wilde de groep namelijk zijn
bezit  aan Surinaamse guldens nog even aan houden. Deze persoon
bleek het Suriname-model te zien als een handig instrument voor
het uitdraaien van lucratieve wisselkoersvoorspellingen! Hoewel
met  het Suriname-model vooruitberekeningen  van de wisselkoers
kunnen  worden gemaakt,  is het niet  mogelijk om  de koers van
morgen  te voorspellen. Die is  teveel afhankelijk van allerlei
incidenten.  Wel  wordt ermee  voorspeld, dat  bij voortdurende
geldschepping de parallemarktkoers op den duur zal stijgen.

Op  het moment dat uitvoering  van een hervormingsprogramma uit
het zicht zou verdwijnen, is de kans verkeken, dat de koers van
de Surinaamse gulden ten opzichte van de Nf en $ in de toekomst
omlaag zou gaan. Bezitters van Surinaamse guldens hebben er dan
uiteraard  alle belang bij die vrij snel om te wisselen. Op dat
moment  zal natuurlijk de koers van  de Sf als een raket omhoog
gaan.  De prijzen kunnen dan exploderen. Kijk bijvoorbeeld naar
Brazili,  dat  vorig jaar  een inflatie  had van  liefst 2928%
(inderdaad,  bijna  drieduizend procent  in  n jaar).  Op dat
moment  wordt het verkrijgen van  een vergunning voor officile
import  en vervolgens verkoop op de parallelmarkt zo lucratief,
terwijl  de  rele salarissen  van  de landsdienaren  zo gering
worden,   dat  ook   de  laatsten  zullen   bezwijken  voor  de
verleiding.  Zoals de achteruitgang van  de tweede helft van de
jaren  tachtig  kon  worden voorspeld,  zo  kan  bij achterwege
blijven  van  een  hervormingsprogramma  worden  voorspeld, dat
Suriname steeds verder achteruit zal blijven gaan.

KOFFERS PAKKEN?

Dit sombere verhaal is echter geen reden om te treuren, de moed
te  verliezen  en  de  koffers te  gaan  pakken.  Suriname kent
weliswaar  een geweldig monetair probleem,  maar het klimaat is
nog even goed als vroeger, de waterleidingen bevriezen er niet,
de  natuurlijke hulpbronnen  zijn er  nog, de  bevolking is nog
steeds   goed   geschoold.   Het  belangrijkste   van   al,  de
verbroedering   van  de  bevolkingsgroepen,  verloopt  redelijk
succesvol,   terwijl  er  voorts   een  herwaardering  van  het
bedrijfsleven is ontstaan en de loonontwikkeling gematigd is.
De mooiste oplossing voor het monetaire vraagstuk is natuurlijk
in  wezen heel eenvoudig: terug  naar het monetaire systeem van
vr  1983. De overheid zet de  tering naar de nering: ze geeft
niet  meer geld uit  dan ze aan  inkomsten heeft en  er is geen
importcontingentering. De grote vraag is nu echter, hoe weer in
zo'n toestand te geraken.
Genspireerd  door de vele suggesties  die vanuit Suriname zelf
en  door internationale organisaties  zijn aangedragen, zijn ik
eerder al diverse pakketten doorgerekend met het Suriname model
Macmic.  Zie de bundel "Achter de  wolken schijnt de zon", voor
Sf  15,- verkrijgbaar bij VACO  aan de Domineestraat. Inmiddels
hebben  een  twintigtal  economen en  statistici  van Stichting
Planbureau Suriname en andere instellingen stages en een cursus
rekenmodellen  gevolgd om op de hoogte te raken van de nieuwste
technologische  ontwikkelingen  op  dit  gebied.  Ze beschikken
verder  over  het  speciaal  voor  hen  vervaardigde 'Draaiboek
Suriname-model'   om  met  rekenmodellen  te  werken.  Rond  de
jaarwisseling  zal verder  op de  Stichting Planbureau Suriname
nog een cursus modelbouw worden gehouden.
Op  een internationale conferentie  over kleine economien, die
eind  vorige maand op het  Griekse eiland Lesbos werd gehouden,
was  ik uitgenodigd om het Suriname-model Macmic te presenteren
en  aan te geven  hoe dat ook  voor andere micro-economien zou
kunnen  worden gebruikt.  Daarbij bleek, dat  Suriname thans op
dit  gebied technologisch  voor ligt  op andere  kleine landen.
Simpele, niet op een kleine economie toegesneden, rekenmodellen
zijn er wel veel, maar Suriname beschikt over een model, waarin
de  kennis van  vele Surinaamse  specialisten is  verwerkt, dat
beschikt   over  een   speciaal  microblok,   met  daarin  alle
belangrijke  exportproducten apart, terwijl het model geheel is
toegesneden   en   uitgetest   op   Suriname   zelf.   Met  dit
rekeninstrument    zijn   allerlei    hervormingspakketten   te
becijferen.  Dat lijkt me in de  eerste plaats een taak voor de
economen  in Suriname. Ik beperk me  hier tot het aandragen van
enkele  discussiepunten  die voor  diverse hervormingspakketten
van  belang  zijn.  Er  zijn  twee  aandachtspunten,  die  niet
automatisch  uit  het  rekenmodel  komen  rollen,  namelijk  de
bestrijding  van  de  overliquiditeit  en  de  loonvorming. Een
rekenmodel  is een  hulpmiddel, maar  geen wonderkastje waarmee
men precies het gedrag van vakbondsleiders en van geldbezitters
kan  voorspellen.  Deze  twee  punten  dienen  nader  te worden
onderzocht  om te kunnen  beoordelen of het  overstappen op een
vrij  inwisselbare  Surinaamse munt  met vaste  koers tijdelijk
voorafgegaan   zou   moeten  worden   door   een  gedeeltelijke
devaluatie en/of een zwevende koers.

DEVALUATIE ALS ONDERDEEL HERVORMINGSPAKKET

Alle  economen zijn het er al lang over eens, dat het overschot
van  uitgaven boven de inkomsten bij de overheid de bron van de
overtollige  geldhoeveelheid  is, en  die is  op zijn  beurt de
verwekker van de parallelmarkt.
Afromen  van  de  overtollige  geldhoeveelheid  is  theoretisch
mogelijk,   maar  zou  anderhalf  miljard  Nederlandse  guldens
kosten.  Dat is zelfs  meer dan het  totale bedrag dat Suriname
nog   tegoed   heeft,   terwijl   dat   geld   nodig   is  voor
ontwikkelingsinvesteringen.   Sinterklaas  bestaat  niet  meer,
zodat er niets anders opzit dan zelf orde op zaken te stellen.
Dat  kan door een samenhangend  pakket van maatregelen, waarbij
devaluatie  een  onmisbaar onderdeel  is.  Dat onderdeel  is in
Suriname  lange tijd onbespreekbaar  geweest, waardoor Coopers&
Lybrand  vorig jaar in een  overigens waardevol rapport zich in
allerlei  ingewikkelde bochten  heeft moeten  wringen om  in de
buurt  van  een echte  hervorming  te komen  zonder  daarbij te
devalueren. De pas gekozen regering gaat echter daadkrachtig te
werk en heeft opdracht gegeven het rapport te becommentariren.
Verbetering van het concept rapport is nog mogelijk.

Waarom  is een devaluatie een onmisbaar onderdeel, ook al weten
we  dat die op korte termijn  niet grote exportgroei zal leiden
en  dat  die  tot overwinst  bij  de  bauxietmaatschappijen zal
leiden?  Het laatste kan worden opgelost door weer invoeren van
bauxietlevy en verhoging van de inkomstenbelastingtarieven voor
de bauxietmaatschappijen.
Een  devaluatie is, mits onderdeel van een compleet pakket, een
middel   om  verschillende   doelstellingen  tegelijkertijd  te
realiseren.  Drs.  S.  Mungra  noemde  een  devaluatie  in zijn
toespraak   van   17   april  1991   zelfs   "een  tweesnijdend
zwaard....dat  enerzijds  een  incentive  kan  verschaffen  aan
potentile investeerders, en anderzijds vormt zij een monetair-
absorptieinstrument  bij  uitstek vanwege  haar afromingseffect
via de optredende verschuiving in het binnenlandse prijsnivo en
de  prijsstijging van  de buitenlandse  valuta.    ...Bovendien
bewerkstelligt   een   meer  rele   wisselkoersverhouding  een
rechtvaardiger  verdeling van  de lasten  over alle economische
subjecten,  in  tegenstelling tot  de huidige  situatie waarbij
slechts  een  kleine  groep  in  het  zwartemarktcircuit  wordt
bevoordeeld  ten laste van de economisch zwakkeren die relatief
zwaarder  worden belast  door de  zwartemarktprijzen." Het komt
erop  neer, dat  door de  devaluatie de  normale rijstproductie
weer  winstgevend wordt, en het profiteren van de parallelmarkt
verdwijnt.
Dank  zij devaluatie  van de  officile koers  zullen voorts de
overheidsinkomsten   uit   invoerrechten  flink   toenemen.  In
combinatie  met  de  extra  inkomsten uit  de  bauxiet  kan het
financieringstekort dan verdwijnen. Veder leidt devaluatie door
de  hogere  geldswaarde  van  de  export  en  daarmee  van  het
nationaal product, tot een gunstiger liquiditeitsquote. Die zal
ook  verbeteren door de bestedingsimpuls  van de toename van de
ontwikkelingsuitgaven,  waarbij op  korte termijn  onder andere
kan worden gedacht aan infrastructurele werken door de overheid
en een fonds voor herstelinvesteringen door het bedrijfsleven.
Dat alles is echter toch hoogstwaarschijnlijk onvoldoende om de
overliquiditeit  te laten verdwijnen. Behalve modelberekeningen
is  daarom aanvullend  onderzoek nodig.  Dat geldt  ook voor de
keuze tussen vaste en zwevende wisselkoers. Bij de laatste moet
men  rekening houden met  loonaanpassingen, waarbij moet worden
onderzocht of dat zal ontaarden in een loon-prijsspiraal.
Dank  zij modelbecijferingen  zijn de  hoofdlijnen voor diverse
hervormingspakketten  intussen  in  beeld,  maar  enkele punten
moeten  nog helder worden.  In het bijzonder  de kwestie van de
overliquiditeit  en het punt van  een zwevende wisselkoers, die
is  bedoeld  als  tijdelijk  verschijnsel  voorafgaand  aan een
situatie  met  een vaste  koers, maar  zou kunnen  ontaarden in
djompo foetoe.
