MINI-PAKKET JULI-AUGUSTUS'92

(discussienotitie van 12  april 1992, ook  gebruikt in Draaiboek 4
bij de cursus modelbouw van april 1992)

    Notitie Mini-herstructureringspakket in juli-augustus 1992

In deze discussienotitie  wordt aangegeven, hoe  verdwijnen van de
corrumperende dubbele koers  en een  eenvoudige zinvolle besteding
van Nf  200  miljoen  verdragsmiddelen binnen  enkele  maanden kan
worden gerealiseerd.

   Bij  iets meer dan verdubbeling van de lonen en AOV in juli-
   augustus'92 in combinatie met een devaluatie per 1 augustus,
   waarbij  voortaan geldt 1 Nf = 8  Sf (oftewel circa 1 $ = 15
   Sf),  en een versterking  van de Surinaamse deviezenvoorraad
   in  juli met Nf 100 mln uit de verdragsmiddelen en later nog
   eens   met  Nf   100  mln,   en  verder   Nf  50   mln  voor
   koopkrachtondersteunende  maatregelen,  is  het  mogelijk de
   dubbele    wisselkoers    te    laten    verdwijnen   zonder
   koopkrachtverlies voor de gemiddelde werknemer.
    Dit  mini-pakket  zal  leiden tot  een  stabiele Surinaamse
   gulden   als   het   in   1993   wordt   gevolgd   door   de
   groeibevorderende  maatregelen die  in de  diverse rapporten
   worden   aanbevolen,   waaronder   een   afspraak   met   de
   bauxietmaatschappijen,  dat ze hun  cash flow gebruiken voor
   herinvestering.

Inleiding

De dubbele  wisselkoers  dient zeer  snel  te verdwijnen.  In deze
notitie bezien we  daarom de  mogelijkheid om reeds  in de maanden
juli en augustus van dit jaar een mini-herstructureringspakket uit
te voeren, vooruitlopend op  de complete herstructurering in 1993.
Daartoe worden immers momenteel van verschillende kanten rapporten
opgesteld. Het C&L  team van de  EG is momenteel  (begin april) in
Suriname bezig  zijn  concept  rapport  van  december  1990  af te
ronden,  er  is  juist  een  IMF  missie  in  Suriname geweest  om
materiaal te verzamelen voor een IMF advies.
De SPS  is bijna  klaar  met een  rapport  waarin de  Regering een
aantal, met behulp van het Suriname model cijfermatig onderbouwde,
varianten wordt  geboden met  uitgebreide structurele aanpassings-
en  hervormingsprogramma's  voor  het  jaar  1993.  Aangezien  het
Surinaamse  Planbureau  al  bezig  is  met  een  uitvoerig rapport
betreffende 1993  kunnen we  ons in  deze notitie  beperken tot de
ultra korte termijn.

Actualisatie

Met name in de eerste helft van 1991 is er een enorme stijging van
de  overliquiditeit   geweest.  In   combinatie  met   de  verdere
economische achteruitgang in  het bijzonder het  verlies van kader
en  motivatie   bij   het  overheidsapparaat,   is   een  compleet
herstructureringspakket  zoals   eerder  becijferd,   nu  te  duur
geworden en niet meer binnen enkele maanden uit te voeren.  Andere
redenen daarvoor  zijn,  dat  een  deel  van  de deviezeninkomsten
voorgoed zijn  weg naar  de parallelmarkt  heeft gevonden, waarbij
het na  herstructurering niet  goed mogelijk  lijkt te verhinderen
dat die worden gebruikt voor  kapitaalvlucht. Verder zijn de lonen
intussen weer enkele  jaren extra achter  gebleven bij de prijzen,
waardoor de bereidheid tot matigen al ver is opgerekt.
Intussen is de waarde van  de Sf gedaald van 1  Nf is 8 Sf, naar 1
Nf is 12 Sf. Bij een  vlaag van onrust onder geldbezitters kan die
plotseling verder  de lucht  in  gaan met  alle gevolgen  voor het
prijsniveau van  dien. Verder  geeft  het steeds  grotere verschil
tussen  officile  en  parallelmarkt  steeds  meer  verleiding tot
corruptie, met grote  gevaren voor het  vertrouwen in de politiek.
De daling van de  wereldmarktprijs van aluinaarde versterkt verder
de noodzaak  om  de wisselkoersen  gelijk  te trekken  om  deze en
andere exportindustrien voor Suriname te behouden.
 In  een  artikel   in  ESB  van   26-2-'92  hebben  we  uitvoerig
aangegeven, waarom  het uitgebreide  "herstructureringspakket '91"
nu niet  meer  kan worden  uitgevoerd.  Hoe langer  men  wacht met
herstructureren, hoe groter  de kans  dat die niet  of slechts met
grote pijn nog gaat lukken.

Opstarten omvangrijke ontwikkelingssamenwerking met Nederland

De  effectieve  opstarting  van  de  ontwikkelingssamenwerking met
Nederland hapert:  zelf de  overbruggingshulp  die in  Bonaire was
overeengekomen voor de  maand december  1991 is  nu pas nauwelijks
uitgegeven. Dit , terwijl er voor 1992 liefst 200 miljoen Nf klaar
ligt, wachtend op een zinvolle besteding.
De Rekenkamer van Suriname wijst in haar verslag over 1991 op
de deplorable  toestand  dan  de financile  administratie  van de
Staat, die met  de dag erger  wordt door gebrek  aan discipline en
een   groot   tekort   aan   kwaliteit   en   kwantiteit   in  het
personeelsbestand van de financile administratie van de overheid,
en het openlijk negeren  van wettelijke regelingen en bevoordeling
van personen  ten  nadele van  de  staatskas. Het  verslag  van de
Rekenkamer maakt nog  eens duidelijk,  dat ingewikkelde matregelen
die uitgaan van een  goed functionerend overheidsapparaat op korte
termijn  onhaalbaar   zijn.  We   voegen   daaraan  toe,   dat  de
ontwikkelingssamenwerking met Nederland wat betreft uitvoering van
ontwikkelingsprojecten al zo vele jaren  stil ligt, dat mag worden
verwacht, dat op  korte termijn slechts  een klein deel  van de Nf
200 miljoen die per jaar beschikbaar  is, langs die weg zinvol kan
worden  besteed.  Bestedingsdwang   en  verder  geharrewar  tussen
Nederland en  Suriname  over welke  maatregelen  wel of  niet voor
steun in  aanmerking  komen  dreigen.  Naast  de  financiering van
projecten,  is  het  daarom  gewenst  ook  omvangrijke  financile
ondersteuning te  geven  aan het  pakket  maatregelen dat  in zijn
totaliteit zal leiden tot herstructurering.
samensmeden van woorden tot daden

De afgelopen maanden is er  veel discussiestof aangedragen.  Naast
de rapporten en beleidsnota's van  VSB, ASFA, RAVAKSUR, de reactie
van Regering en VHP  op het concept van  C&L enz., hebben vele hun
visie  op  de   gewenste  herstructurering  gegeven.  Bijvoorbeeld
interview met  dhr.  Arron, dhr.  Derby,  drs. E.  Sedoc,  drs. R.
Simons, dhr.  Soemita,  drs. Brahim,  mevr.  Vos, ir  Kalloe, dhr.
Bhikharie,  artikelen  van  o.a.  ir.  Kalloe,  drs.  Samson, dhr.
Ferrir M Sc, drs. Wirht,  een notitie van DA'91, verklaringen van
de  Nederlandse   Ambassadeur   in  Suriname   en   de  Surinaamse
Ambassadeur  in  Nederland,  en  van  EG,  de  publicaties  van de
overheidscommissie   voorlichting   aanpassingsprogramma,      het
paneldebat van SVJ, workshop van Telesur, lezingen van Jaycees, de
Moederbond, de  zondagochtend 8  maart discussie  over "Vrouwen en
structurele  aanpassing",  de  vele  artikelen  in  het  blad "Het
Bedrijfsleven", de discussies  bij "Een jaar  Nieuw Front", en nog
vele andere discussiebijdragen.
  Steeds dringender wordt daarbij  de wens om  thans woorden om te
zetten in daden.   We trachten  daarom hier dit discussiemateriaal
samen te  smeden met  behulp van  het Suriname  rekenmodel tot een
mini-pakket, dat al in juli-augustus uitgevoerd zou kunnen worden.
Met het Suriname  rekenmodel kunnen  razendsnel allerlei varianten
worden doorgerekend.  We presenteren  er  hier slechts  enkele ter
wille  van  de   overzichtelijkheid.  Simpelweg  de  parallelmarkt
legaliseren zonder  aanpassing van  de  officile koers,  zit daar
niet bij,  want  tegen  welke koers  zouden  de  exporteurs moeten
wisselen?

Verdwijnen dubbele koers met koopkrachtbehoud

Doel  is  het  binnen  enkele  maanden  laten  verdwijnen  van  de
corrumperende,  de   export  vernietigende,   dubbele  koers.  Dat
betekent de  onmiddellijke verdwijning  van de  in 1984 ingestelde
importcontingentering en  weer vrije  import, het  onmiddellijk en
volledig laten verdwijnen van  de monetaire financiering en binnen
een jaar het financieringstekort terug  gebracht naar nul. Met als
randvoorwaarde:  behoud  van  de  koopkracht  voor  de  gemiddelde
werknemer die  geen  inkomsten  uit  de  parallelmarkt  heeft, via
aanpassing van de lonen  (en AOV) aan de  inflatie. Verder gaan we
er in  de  berekeningen  vanuit, dat  er  vanwege  beperkte opname
capaciteit in 1992 slechts ter waarde van Nf 50 miljoen en in 1993
slechts  ter   waarde  van   Nf  100   miljoen  op   kasbasis  aan
ontwikkelingsprojecten kan  worden  besteed, terwijl  er daarnaast
zowel in 1992 als in 1993 Nf 100 miljoen beschikbaar is om het gat
van de verdwenen Surinaamse  deviezenvoorraad te vullen. Daarnaast
veronderstellen we dat uit verdragsmiddelen in de tweede helft van
1992 Nf 50  miljoen beschikbaar is  voor koopkracht ondersteunende
maatregelen.

Na veel  gereken  met  het  Suriname  model  blijkt  het inderdaad
mogelijk om  onder de  genoemde randvoorwaarden  te komen  tot een
uniforme wisselkoers. We besparen  de lezer de technische details.
(Deze zijn  wel  beschikbaar in  het  Draaiboek 4  voor  de cursus
modelbouw Suriname die in de  laatste week van april in Paramaribo
wordt gehouden voor een twintigtal economen en statistici van SPS,
CBvS, ABS en  diverse Ministeries).  Het Suriname  model werkt met
kalenderjaren, maar we vertalen de uitkomsten voor de periode juli
1992 t/m juni 1993.

9 punten pakket

  Het "minipakket juli-augustus '92, variant 1:6" bestaat uit:

1) Nederland stelt uit  de verdragsmiddelen per 1  juli '92 Nf 100
miljoen    beschikbaar    ter     versterking    van    Suriname's
deviezenvoorraad,   plus    daarnaast    Nf   50    miljoen   voor
koopkrachtondersteunende maatregelen, terwijl er ook Nf 50 miljoen
beschikbaar is voor ontwikkelingsprojecten.
2) Per 1 juli 1992  opheffen van de importcontingentering, herstel
van vrije import, waarbij importeurs tegen een koers van 6 Sf is 1
Nf kunnen wisselen. Dat betekent:
3) Eveneens  per 1  juli een  devaluatie, waarbij  de buitenlandse
valuta 500 % meer waard worden, afgezet tegen de huidige officiele
koers, maar op de parallelmarkt een verdubbeling van de waarde van
de Sf, want nu geldt er 12 Sf=1 Nf.
4) Vooruitlopend  op de  devaluatie verkoopt  de Centrale  Bank in
juni  1992   Nf  tegen   de  parallelkoers.   Daartoe  wordt  haar
deviezenvoorraad uit  verdragsmiddelen aangevuld.  Die koers wordt
daardoor al  in  juni  van  de huidige  1:12  teruggebracht  in de
richting van 1:6.
5) In juli worden  alle lonen verhoogd met  circa 30%. In de maand
augustus worden  ze nogmaals  verhoogd  met circa  30%. De  AOV en
Kinderbijslag  worden  verdubbeld.  Daarnaast  is  er  Sf  300 (de
tegenwaarde van Nf 50 ) miljoen  beschikbaar voor nog in te vullen
koopkrachtondersteunende maatregelen, bijvoorbeeld  nog eens extra
AOV en KB verhogen  of uitbreiding van de  pakketten die men nu al
op  vertoon   van   consumentenkaart  kan   kopen,   of  tijdelijk
prijsverlagende subsidies op enkele basisbehoeften.
6) Er  wordt  in juli  een  obligatielening uitgeschreven  met een
zodanig hoge rente dat de opbrengst ervan Sf 200 miljoen bedraagt.
Het consumptieve  krediet  wordt bevroren.  Termijn  deposito's en
spaargelden  die  langer  dan  een  jaar  vast  liggen  mogen niet
vervroegd liquide worden gemaakt of gebruikt om in te schrijven op
de staatsobligaties.
7) Bij de berekeningen is  ervan uitgegaan, dat de aluinaardeprijs
niet boven het niveau  van 1991 komt. De  devaluatie leidt dan wel
tot beperking van de verliezen  in de bauxietsector, maar nog niet
tot winst. Er wordt verondersteld, dat er een bauxietaccoord wordt
gesloten, waarbij  de Surinaamse  overheid  toezegt mee  te zullen
werken aan  het tot  stand komen  van rendabele prijskostenquotes.
Daar  moet  tegenover  staan,  dat  de  bauxietmaatschappijen zich
verplichten om  hun  cash flow  de  komende jaren  in  Suriname te
herinvesteren.
8) Voorbehoud:  op dit  moment  kunnen we  met het  Suriname model
slechts de  gemiddelde  consumptieprijsstijging simuleren.  Het is
denkbaar  dat  achter  het  gemiddelde  verscholen  ligt,  dat  de
prijsstijging voor  sommige groepen  hoger en  voor andere groepen
lager ligt dan het  gemiddelde. Via een mini-budgetonderzoek wordt
momenteel  gepoogd  om  enig  zicht  daarop  te  krijgen.  Als het
verzamelen van  het  basismateriaal in  mei  is afgerond,  kan die
informatie in  het Suriname  model worden  ingebouwd, zodat  we in
juli  weten  in  welke  mate  er  wellicht  differentiatie  in  de
hierboven  genoemde   inkomensaanpassingen  nodig   zijn.  Het  is
denkbaar, dat bijvoorbeeld de AOV extra moet worden verhoogd. Voor
dit soort  snelle  flexibele  koopkracht  ondersteuning  is  Nf 50
miljoen verondersteld.

Zelfs dit  zo klein  mogelijke  pakket bestaat  toch nog  uit acht
punten, waarvan er geen kan worden gemist. Daarnaast is er nog een
bijzonder negende punt  bestaande uit maatregelen  in het volgende
jaar die nodig zijn om duurzaamheid te garanderen.
9) Alle andere maatregelen  zoals verbetering van belastinginning,
opstarten van  ontwikkelingsprojecten, sanering overheidsapparaat,
privatisering van een  deel van het  overheidsbezit, invoering van
een  onroerend  goed  belasting,  herstel  van  de infrastructuur,
kaderversterking bij  ABS,  SPS  en  CBvS,  leermiddelen  voor het
onderwijs, rehabilitatie  productieapparaat,    etc.  etc. blijven
aanbevelenswaardig.
In de hier uitgevoerde  becijferingen laten we  ze voor de periode
juli 1992-juni 1993 even  buiten beschouwing, om  te bezien of ook
zonder  deze   maatregelen  op   zeer  korte   termijn  een  mini-
herstructureringspakket uitvoerbaar is. Wel  gaan we ervan uit dat
deze  maatregelen  reeds  in  de  komende  maanden  zullen  worden
opgestart, waardoor -in combinatie met de uitvoering van het mini-
pakket-  het   vertrouwen  in   Suriname's  economie   en  daarmee
Suriname's munt gaat herstellen in de loop van 1993. Dan lijkt het
mogelijk, dat  met  slechts Nf  100  miljoen extra  steun  voor de
deviezenvoorraad  in  1993  (dan  Sf  600  miljoen  Sf  waard)  te
voorkomen,  dat  kapitaalvlucht  uit  tertiaire  liquiditeiten (in
totaal Sf 1500 miljoen)  in de loop van  1993 het vertrouwen in de
Sf zou ondermijnen.
De onder  dit  punt  9  genoemde maatregelen  zitten  niet  in het
navolgende mini-pakket,  maar  vermoedelijk wel  in  de uitvoerige
rapporten die SPS en C&L thans  vervaardigen.

Effecten

Het effect van  bovenstaand pakket  op Suriname's  economie is met
het Suriname  model  doorgerekend en  de  resultaten vindt  men in
bijgaande tabel. Daarin staan ook ramingen voor de ontwikkeling in
1992  en  1993  zonder  herstructureringsbeleid.  Bij  voortgaande
monetaire financiering blijft de geldhoeveelheid stijgen, waardoor
de parallelmarktkoers  blijft  toenemen  en  het  prijspeil blijft
stijgen,  terwijl   de   werkgelegenheid   blijft   dalen.  Zonder
devaluatie zullen de prijzen voortdurend blijven stijgen.

variant 1Nf:4Sf (1$:circa 8Sf)

Bij sommige devaluaties  kan prijsstabiliteit  worden bereikt. Dat
is het geval als bovenstaand  mini-pakket wordt uitgevoerd met een
devaluatie naar  1Nf:4Sf in  plaats  van 1:6.  Zo'n 1:4  pakket is
echter thans slechts uitvoerbaar  bij enorme deviezensteun. Bij de
variant 1:4 bedraagt de overliquiditeit  namelijk nog meer dan een
miljard Sf, terwijl er een  negatieve deviezen voorraad van Sf 150
ontstaat. Zie  bijgaande tabel  Onschadelijk maken  van beide kost
bij een koers van 1Nf=4Sf namelijk  Nf 300. Verder moet er bij een
koers van 1:4 nog eens Nf  circa 200 miljoen achter de hand liggen
om  in  1993  eventuele  ontlading  van,  reken  de  helft van  de
tertiaire liquiditeiten (totaal anderhalf miljard Sf) op te kunnen
vangen.  Dat   wordt  te   duur.  We   bezien  daarom   de  hogere
devaluatievarianten 1:6 en 1:8 (is t.o.v $ 1:11 en 1:15).

         Effecten van het "mini-pakket juli-augustus '92"
-----------------------------------------------------------
 KERNGEGEVENS             1992   1993 |  juli'92-juni'93    
                         basisscenario| verschil met basis       
1:4    1:6    1:8
 % mutaties                                        
 uitvoerprijs               -9     15    300    500    700
 consumptieprijs            21     30     10     65    125
 invoerprijs                19     27      5     60    115
 loonvoet bedrijven         22     22     10     65    125
 geldhoeveelheid            21     25      0      0    -35
 uitvoervolume               0     -1      0      0      0
 consumptievolume           -5     -1     10     10     10
 bedrijfsinvesteringen       2     -2      0      0      0
 invoervolume               -1      5      5      5     10
 arbeidsplaatsen            -4     -5      0      0      0
 loonkoopkracht             -3     -8      0      0      0
 Quotes                                            
 prijs/kostenquote rijst    17     14     30     30     30
 werkloosheid percentage    48     49      0      0      0
 in procenten geldhoeveelheid t-1                           
 betalingsbalansoverschot    0      1    -10    -15    -35
 financieringstekort        29     33    -20    -20    -25
                                         niveaus in variant      
 parallelmarktkoers         12     16      1      1      1
 winst % bauxiet           -59    -44    -12    -14    -15
 liquiditeitsquote         125    134     50     33     20
 waarde in mln Sf.                                 
 financieringstekort       790   1100    250    200    100
 deviezenvoorraad           15     50   -150   -250   -800
 geldhoeveelheid          3350   4200   2800   2600   2100
 toegevoegdewaarde bedr.  2690   3130   5600   7900  10300
 waarde overliquiditeit   2550   3260   1100    300   geen
--------------------------------------------------------------

Variant 1Nf:6Sf (1$:11Sf)

Bij de  1:6 variant  bedraagt de  overliquiditeit nog  maar Sf 300
miljoen.  Door  de  inflatie,  het  prijspeil  verdubbelt  in deze
variant, stijgt de  nominale waarde van  de toegevoegde waarde van
bedrijven en dat houdt  liquiditeiten vast. (De overliquiditeit is
gelijk aan  de  omvang van  de  geldhoeveelheid minus  30%  van de
toegevoegde waarde  van bedrijven).  Verder laat  deze variant een
negatieve deviezenvoorraad zien  van Sf 250  miljoen. In totaal Sf
550 miljoen moet dan worden gedekt,  hetgeen bij een koers van 1:6
bijna Nf 100  miljoen kost. Verder  is er bij  deze wisselkoers Nf
100 miljoen voldoende om  in 1993 bijna de  helft van de tertiaire
liquiditeiten eventueel  te  kunnen dekken.  Die  Nf 100  (Sf 600)
miljoen versterking deviezenvoorraad  is nodig  om eventuele extra
invoer voor consumptie of  voorraadvorming en uitvoer van kapitaal
(uit overliquiditeit) te kunnen dekken, die niet zijn opgenomen in
bovenstaande tabel.

De koopkracht van  de gemiddelde werknemer  die geen inkomsten uit
de parallelmarkt heeft, blijft in  beide varianten gelijk. Door de
lonen  even   veel  te   laten  stijgen   als  de   prijzen  wordt
koopkrachtstabilisatie bereikt.  Een herstructureringspakket hoeft
dus ook  op  korte  termijn niet  tot  welvaartsdaling  te leiden,
behalve voor diegenen  die inkomsten via  de parallelmarkt hebben.
Sommige prijzen zullen stijgen, andere zullen dalen.
In feite zijn de  uitkomsten van de 1:6  variant in de rele sfeer
gelijk aan  die  van  de 1:4  variant.  Merk  op dat  geen  van de
varianten in het eerste jaar van de herstructurering een groei van
de werkgelegenheid laat zien. Daar  is meer tijd voor nodig. Zelfs
bij het  opstarten  van  ontwikkelingsprojecten  in  de  sfeer van
infrastructurele werken is  er een groot  tijdsverschil tussen het
leggen van de eerste en de tweede  steen. Ook is er op termijn van
een jaar  nauwelijks herstel  van de  uitvoerhoeveelheid mogelijk.
Die vertraging is  geen reden om  niets te doen, maar  juist om zo
snel mogelijk  van  start  te  gaan  en  de  economie  te saneren,
waardoor de basis wordt gelegd voor toekomstige groei.
Ook de prijskostenquotes zijn in beide varianten gelijk. De teller
(opbrengstprijzen) en  noemer (kostprijzen)  zijn ingeval  van 1:6
immers  beide  hoger  dan  bij  1:4.  Het  verschil  tussen  beide
varianten zit hem in de inflatie die  bij 1:6 50% hoger is dan bij
de 1:4  variant.  Bij  nog  hogere  devaluatievarianten  wordt het
bedrag in Nf dat  nodig is om  de Sf te  beschermen lager, maar de
inflatie hoger.

Tijdpad

    We bezien  ook  de plausibiliteit  van  het tijdpad  binnen de
twaalf  maands  periode  juli'92-juni'93.  Door  het  opkopen  van
overliquiditeit en  de aankondiging  van  de devaluatie,  daalt de
koers op de parallelmarkt in juni  al. Dat betekent dat de prijzen
op de parallelmarkt gaan  dalen. Omdat er enige  tijd is tussen de
aankoop van  goederen in  het buitenland  en de  aankomst ervan in
Suriname, terwijl ook  de distributie in  Suriname tijd kost, gaat
het  prijsverlagend  effect  pas  met  enige  vertraging  merkbaar
worden. De  koers  op de  parallelmarkt  die  nu 1:12  is  zal bij
uitvoering van dit mini-pakket vanaf 1 juli 1:6 zijn. Dit betekent
een halvering  van de  parallelmarktprijzen in  enkele maanden. De
goederen op  de officile  markt zullen  daarentegen, eveneens met
vertraging, zes keer zo hoog worden. Aangezien de meeste producten
zowel een  officile import  component, een parallelmarktcomponent
en een binnenlandse  component hebben, zullen  de meeste producten
een prijsverandering  verandering  kennen  die  minder  is  dan de
genoemde verzesvoudiging of  halvering. De  producten die relatief
veel  in   prijs   zullen   stijgen   zijn   brood,   gas,  water,
elektriciteit, benzine, telefoon,  enkele medicijnen, leermiddelen
en enkele  voedselimporten  zoals  aardappels en  uien.  De meeste
andere producten  draaien  al op  de  parallelmarkt en  zullen bij
uitvoering van  dit  mini-pakket  binnen enkele  maanden  in prijs
dalen.
Vanwege de vertraging  tussen bestelling en  levering van goederen
is er enige vertraging in de prijsveranderingen. Omdat de lonen in
twee stappen kunnen worden verhoogd is flexibele reactie mogelijk.
Daardoor is devaluatie  in n keer  uitvoerbaar in het Surinaamse
geval, mede vanwege de  omvangrijke deviezensteun. Doordat in deze
variant aanpassing van  lonen is ingebouwd,  is meer flexibiliteit
aanwezig en  minder  kans  op sociale  onrust,  met  overigens het
risico dat er een loon-prijs spiraal ontstaat.

  In het  tweede  jaar  (niet  gepresenteerd  in  bijgaande tabel)
verdwijnt het  financieringstekort. Het  eerste jaar  lukt dat nog
niet, omdat  de  verhoogde  belastinginkomsten  dankzij  de hogere
winsten, lonen  en  invoerwaarde  (die  wordt  bijna  zes  keer zo
groot), pas met vertraging binnenvloeien,  terwijl de kosten in de
vorm van overheidslonen en hogere AOV uitkeringen wel onmiddellijk
moeten worden betaald. Door dit timingsverschil ontstaat er in het
eerste jaar nog een financieringsprobleem  van Sf 200 miljoen, dat
niet door monetaire  financiering, maar door  het plaatsen van een
obligatielening met hoge rente wordt gedekt.
   Ondanks de  devaluatie  gaan  de  bauxietmaatschappijen  bij de
veronderstelde lage  wereldmarktprijs in  dit jaar  nog geen winst
maken, maar  wel  daalt hun  verlies  in procenten  van  hun omzet
drastisch. Er is  verondersteld, dat  ze hun  (dan weer positieve)
cash flow herinvesteren in Suriname.
   In deze 1:6  variant, doet  zich wel  een timingsprobleem voor.
Omdat het  enkele maanden  gaat  duren voordat  de inflatie  in de
toegevoegde waarde  terecht  is  gekomen  en  de liquiditeitsquote
daalt, en ook omdat er  in de startfase nog onvoldoende vertrouwen
in de Surinaamse  gulden zou kunnen  ontstaan, bestaat het risico,
dat de koers  van 1  Nf =  6 Sf  niet kan  worden gehandhaafd. Dit
gevaar is minder aanwezig als het lukt om in de weken voorafgaande
aan de devaluatie  veel Sf  tegen een dan  nog hoge parallelkoers,
dus voor relatief weinig Nf uit  de markt te nemen, dan wel indien
men over  meer dan  de  aangegeven hoeveelheid  van in  totaal 200
miljoen  Nf  in  1992  zou  kunnen  beschikken.  Als  in de  weken
voorafgaand aan de devaluatie zou  blijken, dat men onvoldoende Sf
uit de markt zou kunnen nemen,  valt een hogere koers te overwegen
en/of een maand uitstel. Daarom is ook een variant met 1 Nf = 8 Sf
doorgerekend ingaande per 1 augustus 1992.

Variant 1Nf:8Sf (1$:15Sf)

    Bij een mini-pakket  met een  koers van 1:8  zal het prijspeil
meer dan  verdubbelen. Ook  de lonen  worden echter  geacht mee te
stijgen, zodat de koopkracht van  de werknemers die geen inkomsten
uit de  parallelmarkt hebben  toch gelijk  kan blijven.  Te denken
valt aan een  loonsverhoging van  50% in  juli en  in augustus nog
eens 50% daaroverheen, in totaal dus 125% (want 1,50*1,50=2,25  en
*2,25 is gelijk aan +125%).
In de rele  sfeer geeft deze  variant soortgelijke uitkomsten als
bij  1:4   of   1:6.  Door   de   hogere  inflatie   verdwijnt  de
overliquiditeit  in   deze  variant   volledig.  Verder   kan  een
onvoorziene golf van  vermindering in vertrouwen  in de Surinaamse
munt bij dit  devaluatiepercentage met minder  kosten in Nf worden
opgevangen.  Omdat  in   deze  variant  verder   een  maand  extra
vertraging  is  ingebouwd,  is   de  periode  voorafgaand  aan  de
devaluatie, waarin nog  voor relatief weinig  Nf nog relatief veel
Sf via de parallelmarkt kan  worden opgekocht geringer. Verder zou
de   Nf   100   miljoen   die    voor   1993   is   begroot   voor
betalingsbalanssteun naar  voren kunnen  worden gehaald. Eventueel
in  de  vorm  van  een  lening  uit  de  garantiemiddelen  van  de
verdragsmiddelen, waardoor de deviezenvoorraad  van Suriname per 1
augustus 1992 extra zou  kunnen worden versterkt.  Het gaat dan om
middelen die  normaliter niet  hoeven te  worden aangesproken. Het
feit dat ze er zijn is het belangrijksts, want dat is op zich zelf
al vertrouwenwekkend.
In deze variant is de kans dat de koers kan worden gehandhaafd dus
veel zekerder. De  prijs die  men daarvoor moet  betalen is echter
een maand  uitstel en  meer inflatie.  Beide kennen  ook risico's.
Uitstel betekent  dat de  corrumperende  dubbele koers  nog langer
blijft bestaan met alle  politieke risico's en economische ellende
van dien. Een  hoge inflatie  geeft het  risico, dat  er een loon-
prijsspiraal ontstaat.

1:4 of 6 of 8?

De fraaiste,  vrijwel inflatieneurale  1:4 variant  lijkt thans te
duur  geworden.  Een  1:6  variant  met  een  stijging  van  zowel
gemiddelde prijzen als  lonen met 65%,  lijkt in juli  '92 nog net
haalbaar, maar er hoeft  maar een vlaag  van gebrek aan vertrouwen
langs  te  gaan  en  binnen   de  aangegeven  uitbreiding  van  de
deviezenvoorraad valt de koers van 1:6 niet te handhaven. Bij enig
uitstel van de devaluatie,  zodat er meer tijd  is om nog tegen de
parallelkoers relatief veel  Sf relatief goedkoop  uit de markt te
nemen, gevolgd  door  een hoger  devaluatiepercentage bijvoorbeeld
1:8 is er meer zekerheid, dat  de koers kan worden gehandhaafd. De
prijs die men  daarvoor moet  betalen is een  hogere inflatie, met
meer moeite om een loon-prijsspiraal te voorkomen.

  Bovenstaande  berekeningen,   waarbij   de  1:6   variant  juist
haalbaar, maar de 1:8 variant  veiliger lijkt, gelden alleen  voor
de komende maanden. Ruim  een jaar geleden had  1:4 gekund, en bij
voortgaande  monetaire  financiering  zal  de  1:8  variant  in de
toekomst niet meer lukken.

Conclusie:

Een  mini-herstructureringspakket   bestaande  uit   slechts  acht
samenhangende elementen  is  op  korte  termijn  uitvoerbaar. Deze
conclusie geldt onder twee voorbehouden.  In de eerste plaats, dat
op  basis  van  een  mini-budgetonderzoek  de  koopkrachtreparatie
maatregelen (waarvoor  Nf  50 miljoen  wordt  uitgetrokken) kunnen
worden ingevuld.   In de tweede  plaats, dat in  1993 een compleet
structuurversterkend pakket maatregelen volgt, waartoe de SPS, C&L
en IMF  in  hun  rapporten  vermoedelijk  de  nodige aanbevelingen
zullen doen.  Het in  deze  notitie geformuleerde  mini-pakket kan
daarom niet meer  zijn dan  een zeer bescheiden  onderdeel voor de
korte termijn in een veel groter geheel.

   Uitvoering van  een mini-herstructureringspakket  betekent, dat
in het najaar van  1992 de monetaire  stabiliteit die Suriname tot
begin jaren tachtig heeft  gekend weer is  terug gekeerd, zodat de
energie van bestuurders en ondernemers  weer kan worden gericht op
groei in plaats van in de rij staan, en  monetaire discussies.
   De vraag  of  de vaste  koers  ook  na introductie  per   juli-
augustus  '92  in  1993  en  volgende  jaren  duurzaam  kan worden
gehandhaafd, hangt af van de uitvoering van de groeimaatregelen in
het aanpassings- en  structurele hervor-mingsprogramma  dat SPS en
C&L in hun rapporten formuleren. Belangrijk daarbij is de gedachte
om op den  duur een groot  deel van de ambtenaren  over te hevelen
naar het  bedrijfsleven.  Verder  is de  duurzame  versterking van
Surinaamse expertise  essentiel, zodat  men nimmer  meer afglijdt
naar monetaire financiering.
Ten slotte is aanwending van de rest van de verdragsmiddelen in de
productieve sfeer  nodig. De  tientallen miljoenen  die vanaf 1987
zijn besteed,  zijn geconsumeerd  zonder iets  blijvends te hebben
achtergelaten. Het zal niet  binnen een of twee  jaar lukken om de
opnamecapaciteit van ontwikkelings-projecten weer op het oude peil
van Nf  200  miljoen  per  jaar  te  brengen.  Als  men  straks de
ontwikkelingssamenwerking Nederland- Suriname  in volle omvang wil
hervatten, wacht de  politici dus een  pijnlijke verrassing. In de
vorm van aansterken van  de deviezenvoorrraad bij  de start van de
herstructurering is er echter wel een omvangrijke opnamecapaciteit
voor verdragsmiddelen.

dr. M. van Schaaijk, 12 april 1992

Deze discussienotitie is vooralsnog  slechts bestemd voor beperkte
distributie. Het ligt verder  in de bedoeling  om deze notitie ook
in de 'cursus modelbouw  Suriname' bij de SPS  25-30 april '92 als
demonstratiemateriaal te gebruiken en technisch toe te lichten.
