                   ZEVEN TOEKOMSTVERKENNINGEN



SAP zal koopkrachtdaling stoppen

(bewerking van samenvatting brochure '15 jaar monitoring'.
Eerder, in december 1992, als artikel verschenen in De West in
Paramaribo en Weekkrant Suriname in Nederland)

Bij  daadkrachtige uitvoering  van het  op 24  november door de
Assemblee   aangenomen   Surinaamse   Structurele  Aanpassings-
Programma  (SAP) kan over een jaar de monetaire ellende voorbij
zijn. Het proces van achteruitgang zal dan tot stilstand komen,
zo  wijst  een  berekening uit  waarbij  de sociaal-economische
ontwikkeling  tot begin volgende eeuw  is verkend. Door het SAP
zal  de koopkrachtdaling  voor de meeste Surinamers stoppen. De
rekening  wordt  grotendeels  door  de  parallelmarktprofiteurs
betaald,  en  gedeeltelijk  door  Pronk  die  eind  november in
Suriname extra deviezensteun toezegde.


Het dooit in Paramaribo

Jarenlang  heeft men zich  in Suriname krampachtig vastgeklampt
aan  de illusie dat de koers  van de Surinaamse gulden bevroren
zou  zijn. Regeringen  kunnen veel, maar  niet alles.  Zo is de
regering  hier in Nederland  niet bij machte  ervoor te zorgen,
dat  we  worden  verlost  van de  iedere  twaalf  maanden terug
kerende  ellende van koude  en van vorst.  In Suriname heeft de
geldkraan  zolang  opengestaan,  dat  de  officile  koers niet
langer  bevroren kan blijven. Die  moet worden ontdooit, worden
aangepast.  In zo'n aanpassing en een pakket andere maatregelen
voorziet  het Surinaamse aanpassings-programma  dat 24 november
door de Assemblee is aangenomen.
   Eindelijk  komt daarmee   het einde in  zicht van de dubbele
wisselkoers met zijn dubbele moraal, verrijking van sommigen en
verarming van velen, lange wachtrijen voor benzine, wurging van
het normale bedrijfsleven en winst voor windhandel.

Geen vooruitgang zonder aanpassing

Het  economische beleid dat in  Suriname de afgelopen tien jaar
is gevoerd was zeer schadelijk. Slechts voor monetaire economen
is Suriname theoretisch interessant. Missies van internationale
deskundigen  vliegen af en  aan om dit  fenomeen te bestuderen.
Die  komen echter alle  tot dezelfde conclusie.  Bij een bezoek
dat  ik in  1984 aan  Suriname bracht  hoorde ik  die conclusie
overigens  al  van enkele  ervaren  Surinaamse economen:  1) de
geldkraan  moet dicht; 2) de wisselkoers moet evenwichtig zijn;
3)   niet   de   overheid  met   allerlei   regels,   maar  het
marktmechanisme moet voor de balans zorgen.

   Voor de monetaire experimenten heeft de Surinaamse bevolking
een  hoge prijs betaald. De afgelopen paar jaar gaf de overheid
per  maand ongeveer vijftig miljoen gulden  meer uit dan ze aan
inkomsten  had. Vervolgens  steeg de koers  op de parallelmarkt
gemiddeld   3   %  per   maand   en  daaropvolgend   stegen  de
consumptieprijzen  met ongeveer 3 % per maand. Zonder SAP wordt
dat steeds erger.
De  afgelopen  twee  maanden  heeft  men  in  Suriname ervaring
opgedaan   met  het  nieuwe  beleidsinstrument:  deviezensteun.
Daarbij  worden  er  verdragsmiddelen  aan  de  hoogst biedende
importeurs  verkocht tegen  de 'veilingkoers'.  Voor een bedrag
van Nf 40 miljoen kan er op die manier grofweg een half miljard
overtollige  Surinaamse guldens   uit de  markt worden gehaald.
Pronk  heeft toegezegd  nog meer deviezensteun  te willen geven
mits  die wordt  gebruikt binnen  een pakket  maatregelen om de
Surinaamse gulden weer gezond te maken.
Surinaams SAP

De  Regering heeft de  diverse voorstellen die  van alle kanten
zijn  aangedragen samengesmeed  tot een  evenwichtig pakket van
maatregelen, waarvan de volgende het belangrijkste zijn:
-Er  komt begin 1993 een nieuwe  vaste wisselkoers in de plaats
voor de huidige  1 Sf voor 1 Nf. Die nieuwe koers geldt voor de
export van bauxiet en de import van  goederen die nu tegen 1 Sf
voor 1 Nf worden ingevoerd. De hoogte van die nieuwe koers moet
nog  worden vastgesteld. Er worden  in Suriname koersen genoemd
van 3 tot 5 Sf voor 1 Nf.
-De   exporteurs,  de  bauxietsector  daargelaten,  kunnen  hun
exportopbrengsten  wisselen tegen  de 'gereguleerde  koers' (de
huidige  veilingkoers) en een deel van  de import zal tegen die
koers  worden afgerekend. Voor de rest van de economie geldt de
parallelkoers, die wat hoger ligt dan de veilingkoers.
-De volgende stap in het SAP is gedurende 1993 samensmelten van
de nieuwe vaste koers en de gereguleerde koers. Hoe dat precies
in  zijn werk zal gaan staat niet in het SAP, maar kennelijk is
men   van   plan   de  gereguleerde   koers   tezamen   met  de
parallelmarktkoers  met  behulp  van  deviezensteun  omlaag  te
brengen  en  de nieuwe  vaste koers  gedurende  1993 in  een of
meerdere  stappen omhoog te brengen, totdat ze beide aan elkaar
gelijk  zijn. Die toestand moet vr eind 1993 bereikt zijn. De
laatste  stap die  men uiterlijk  juni 1994  zal zetten  is het
laten  verdwijnen van de  parallelmarktkoers. Kennelijk vervalt
dan de importbeperking die sedert 1984 heeft gegolden.

gevolgen

Iedereen  is natuurlijk benieuwd naar de te verwachten effecten
van  het  SAP op de economie, in het bijzonder de koopkracht en
werkgelegenheid.  Dat kan  het beste  worden berekend  door het
Surinaamse   Planbureau,  dat   in  juli  '92   reeds  de  nota
gepubliceerde: 'Raamwerk voor de gezondmaking van de Surinaamse
economie',  waarin  men vele  scenario's (toekomstverkenningen)
heeft doorgerekend.
Al  lang geleden ben ik gestopt  met het maken van plannen voor
Suriname  en  omdat  ik  de  laatste  tijd  als  gasteconoom in
Suriname   opereer  en  verwarring  wil  voorkomen  zie  ik  er
momenteel  zelfs  vanaf om  zelf een  doorrekening van  het SAP
pakket te presenteren.
In  het kader van het vijftien  jarig bestaan van de 'Stichting
ter    bevordering   van   de    Studie   van   de   Surinaamse
Economie'(STUSECO)  op 16 december 1992  hebben we een brochure
(1)    samengesteld,   waarin   zeven   scenario's,   toekomst-
verkenningen  voor  Suriname tot  in  begin volgende  eeuw zijn
becijferd.  Dat  zijn  geen  plannen,  maar  exercities  met op
Suriname toegesneden rekenmodel 'Macmic' om een idee te krijgen
wat  er onder  diverse omstandigheden  zou kunnen  gebeuren met
Suriname's  economie. Die scenario's staan  los van de politiek
en  daarom duiden we die zeven varianten aan met de kleuren van
de  regenboog. En van die toekomstverkenningen, 'groen' blijkt
echter  wat  te lijken  op  het SAP.  We  presenteren 'scenario
groen'  hier om een idee  te geven wat de  gevolgen van het SAP
kunnen zijn.

sap als medicijn?

Is  het zo  dat bij  uitvoering van  het SAP  de komende twaalf
maanden  eerst de koopkracht nog verder zal zakken, zoals velen
vrezen?    Dat  is  inderdaad  in  veel  landen  gedurende  een
aanpassingsprogramma  gebeurd. In  Suriname zal  dat echter bij
uitvoering  van het  speciale door  de Regering  opgestelde SAP
niet  het  geval zijn.  Het Surinaamse  SAP  is net  als andere
Surinaamse sappen geen vies medicijn maar lekker om te drinken.
Dat  komt in de eerste plaats  omdat de  koopkracht in Suriname
al  zo erg is gedaald, dat er  geen enkele reden is om daar nog
een  schepje  bovenop te  doen.  In de  tweede  plaats beschikt
Suriname  dankzij het  op 18  juni gesloten vriendschapsverdrag
met Nederland over veel deviezensteun.

veelkleurig sap

De belangrijkste maatregelen in het pakket 'groen' zijn:
Begin  1993 wordt de  vaste koers gedevalueerd 5  Sf voor 1 Nf.
Daarvoor is niet meer nodig dan een devaluatiebesluit. Er wordt
in  de eerste helft van 1993 zestig miljoen Nederlandse guldens
als  deviezensteun in  de Surinaamse economie  gepompt, met het
doel  de  parallelmarktkoers omlaag  te brengen. Verder komt er
honderdveertig     miljoen     Nederlandse     guldens     voor
ontwikkelingsprojecten,  zoals investeringsfonds via bankwezen.
Voor  de  bauxietsector geldt  de nieuwe  vaste koers,  maar de
overige  exporteurs kunnen  afrekenen tegen  de gereguleerde of
parallelmarkt  koers. Via  algemene loonrondes  worden de lonen
aangepast  aan  de inflatie.  De invoerrechten  worden voortaan
geheven  over  de  marktwaarde.  Op 1  juli  volgt  de volgende
devaluatie naar 9 Sf voor 1 Nf.
   Doorrekening  van  dit  pakket  'groen'  geeft  de  volgende
uitkomsten:
De   overheidsinkomsten   nemen   spectaculair   toe   en   het
financieringstekort  evenzoveel af, omdat  men de invoerrechten
voortaan,  ook op de parallelmarkt,  zal berekenen op basis van
de nieuwe vaste koers. Eindelijk wordt het financieringstekort,
de  bron van de Surinaamse ellende,  dan gedicht. Dat heeft een
gunstig  effect op de parallelkoers, die verder ook omlaag gaat
door  de deviezensteun. De achteruitgang van de productie wordt
tot  staan gebracht vanwege het winstherstel. De prijzen zullen
in dit 'scenario groen' in 1993 heftig bewegen. De goederen die
nu  nog tegen  de 1  Sf is 1  Nf koers  worden ingevoerd zullen
sterk in prijs
stijgen,  maar  de prijzen  op  de parallelmarkt  zullen dalen.
Gemiddeld  genomen zullen de  prijzen mat 60  % stijgen. In dit
scenario  stijgen de  lonen gelijk  op met  de prijzen.  Ook de
lonen     worden  dus  met   60%  verhoogd.  Omdat  het  aantal
arbeidsplaatsen   stijgt  en   de  kinderbijslag   extra  wordt
verhoogd,  neemt de  totale koopkracht  van de  werknemers toe.
Althans  voor hen die geen inkomen uit de parallelmarkt hebben.
De  parallelmarktinkomsten stijgen namelijk  niet met 60%, maar
gaan  omlaag, want de parallelmarktkoers daalt. Bovendien daalt
de  koopkracht  uit  de  parallelmarktinkomsten  ook  omdat het
gemiddelde prijspeil stijgt.
Door  de eerste devaluatie van de  vaste koers en de daling van
de  parallelmarktkoers  (en  de  daaraangekoppelde gereguleerde
koers)  wordt het verschil tussen  de koersen minder. Medio '93
is de gereguleerde koers ongeveer gelijk aan 9 Sf voor 1 Nf. De
vaste  koers wordt medio 1993 gedevalueerd naar 9 Sf voor 1 Nf.
Vanaf   dat   moment  kan   met  bescheiden   deviezensteun  de
gereguleerde  koers worden gestabiliseerd in  de buurt van de 9
op 1, dus dichtbij  de dan geldende vaste koers.
Door  de afroming van de overliquiditeit  en de stijging van de
waarde   van   de   productie,   komt   de   verhouding  tussen
geldhoeveelheid  en productie  weer op  de evenwichtswaarde van
vroeger. Daardoor is het mogelijk de nieuwe vaste koers tezamen
met   de   gereguleerde   koers   te   handhaven,   waarbij  de
importregulering kan worden opgeheven. In de loop van de tweede
helft  van  1993 kan  de  parallelmarktkoers dan  geheel gelijk
worden  de nieuwe vaste. De berekening  voor de jaren tot begin
volgende eeuw wijst verder uit dat ook voor de verdere toekomst
bij  afwezigheid van een financieringstekort een stabiele koers
kan worden gehandhaafd. In 'scenario groen' krijgt Suriname dus
in de tweede helft van 1993 de monetaire situatie weer van vr
begin   jaren  tachtig  weer  terug.   Zij  het  op  een  ander
koersniveau,  namelijk  niet  1 maar  9  Sf voor  1  Nf. Zonder
aanpassingsprogramma,  in  het 'scenario  rood' zal  men echter
eind  jaren  negentig meer  dan 300  Sf voor  1 Nf  neer moeten
tellen.

Wie betaalt de rekening?

De    rekening   voor    dit   SAP    met   aanpassing   zonder
koopkrachtverlies  wordt voornamelijk betaald door diegenen die
thans  profiteren van de dubbele  koers. Dat zijn niet allemaal
rijkaards; vaak gaat het om personen met een bescheiden inkomen
die  Nederlandse guldens  krijgen toegezonden.  Die Nederlandse
guldens  zullen straks op de parallelmarkt minder waard worden.
Daarom  de oproep aan  de Surinamers in  Nederland om gedurende
het  SAP de steun  aan hun familieleden  tijdelijk te verhogen.
Hoewel  de lonen  in het  'groene scenario'  gemiddeld evenveel
stijgen  als de gemiddelde prijsstijging, kan het zijn dat voor
sommige werknemers de koopkracht stijgt en van andere daalt. De
goederen  die nu  via de  officile import  binnen komen, zoals
benzine  en  graan en  het daaruit  gebakken brood,  zullen een
prijsstijging  van boven het gemiddelde  kennen. De groepen die
een  relatief  groot  deel van  hun  bestedingen  aan officile
importgoederen besteden, zullen er dus op achteruit gaan. Nu is
het  zo dat lagere inkomensgroepen  relatief veel aan brood, en
hogere  relatief veel aan benzine  uitgeven. Op voorhand kunnen
we  daarom  niet zeggen  welke groepen  er  wat dat  betreft op
vooruit en welke erop achteruit zullen gaan. Door verhoging van
kinderbijslag,   AOV  en  dergelijke  wordt  echter  vooral  de
koopkracht van de laagste welvaartsgroepen ondersteund.

naar begin 21 eeuw

Na het gezondmaken van de Surinaamse gulden kan men in Suriname
eindelijk  zijn energie weer steken  in economische groei en is
stijging  van de productie mogelijk,  zodat begin volgende eeuw
herstel van de welvaart van de jaren zeventig weer in zicht kan
komen.

Nu,  tien jaar na  de gruwelijke gebeurtenissen  van 8 december
1982  en  de  daarop  volgende  economische  vivisectie,  lijkt
Suriname   in  het  diepst  van   het  economisch  dal.  Zonder
aanpassing zal heel Suriname op Marinburg gaan lijken. Maar er
is  nu  uitzicht op  verbetering. Sedert  de terugkeer  van een
democratische  regering nu ruim  een jaar geleden,  heeft er in
Suriname een brede discussie plaats gevonden. Met als resultaat
een  evenwichtig Surinaams SAP.  Verder durft Pronk vernieuwing
van  zijn beleid aan door deviezensteun aan het SAP te geven en
hebben we nu gelukkig de EG erbij om zonodig als scheidsrechter
op  te treden. We wensen  Suriname een daadkrachtige uitvoering
van  zijn SAP  toe, want  dan zal  het achteruitgangsproces tot
stilstand komen.
Derde Kerstdag 1971 Devaluatie

(vervolgartikel)

Met   n  pennestreek  besloot  de  Surinaamse  regering,  dat
ingaande 27 december, derde Kerstdag 1971, de Surinaamse gulden
werd   gedevalueerd.  Dat  is   administratief  een  eenvoudige
beslissing,  die  zo  weinig problemen  opleverde,  dat vrijwel
iedereen intussen is vergeten, dat de Surinaamse gulden al eens
eerder werd gedevalueerd.
De  jaren tachtig heeft Suriname een hoop problemen opgeleverd,
en  n ervan was  dat devaluatie onbespreekbaar  werd. Zo erg,
dat  de  consultants  van C&L/Warwick  het  niet  aandurfden om
devaluatie  als n van de onderdelen  in hun plan op te nemen.
Intussen  is de discussie verder  gegaan en heeft de Surinaamse
Regering  in het SAP ook een stapsgewijze devaluatie opgenomen.
In Europa leidt dat tot vragen: is het SAP  slapper dan het C&L
plan  of gaat  het juist verder?   Het antwoord  luidt, dat het
Surinaamse   SAP  indringender  is  en  daardoor  kan  het  bij
daadkrachtige uitvoering sneller tot resultaat leiden.

Lal Jayawardena, directeur van de onderzoeksuniversiteit van de
V.N.,   heeft  enkele  weken   geleden  op  een  internationale
conferentie   als  hoofdstelling   naar  voren   gebracht,  dat
structurele  aanpassingsprogramma's door de  landen zlf moeten
worden opgesteld. Ze kunnen daarbij profiteren van de technisch
economische  kennis  van internationale  organisaties,  maar ze
moeten  uiteindelijk  zelf  het  plan  maken.  Dat  is  volgens
Jayawardena het beste omdat 'de landen zelf meer inzicht hebben
in   wat  politiek  en  maatschappelijk  haalbaar  is  bij  het
doorvoeren van veranderingen.'

Intussen heeft de Surinaamse Regering een Surinaams Structureel
Aanpssings  Programma opgesteld.  Daarbij heeft  de Regering op
evenwichtige  wijze de vele rapporten die intern en extern zijn
aangedragen samengesmeed.

In  dit artikel zullen  we dit SAP relif  geven door eerst zes
verschillende toekomstverkenningen ('scenario's) te presenteren
en  ten slotte het zevende scenario, dat veel lijkt op het SAP.
Die  scenario's duiden  we aan met  kleuren. De hoofdscenario's
hebben de namen rood, geel en blauw, want met deze drie kleuren
kan  men door menging de andere kleuren maken: oranje, paars en
groen.

Paars scenario

Een  stapsgewijze devaluatie is door  minister Mungra al eerder
een   'tweesnijdend  zwaard'   genoemd,  waarmee  verschillende
doelstellingen tegelijk kunnen worden gerealiseerd. En daarvan
is, dat automatisch de opbrengst van de invoerrechten stijgt.

We hebben een berekening uitgevoerd met toekomstverkenning, het
'paarse  scenario', waarin wel de invoerrechten worden verhoogd
maar  er verder  geen aanpassingsmaatregelen  zijn. De computer
geeft  dan als  uitkomst, dat  de koopkracht  van de werknemers
dank zij verhoging van invoerrechten minder achteruit gaat.
Bij  hogere belastingen meer koopkracht? Dan moet de berekening
fout zijn, is de eerste gedachte die opkomt. Nadere bestudering
van  de cijfers  laat zien  dat het  koopkrachtcijfer juist is,
maar wel betrekking heeft op werknemers zonder inkomsten uit de
parallelmarkt, zoals steun van familie in Nf.
De  koopkracht van het inkomen  uit de parallelmarkt blijkt bij
verhoging van invoerrechten te dalen.
Hoe  komt  het  dat  verhoging  van  invoerrechten  voor gewone
werknemers gunstig is?
Door    de    verhoging    van    invoerrechten    stijgen   de
overheidsinkomsten  en wordt er minder Surinaams geld in omloop
gebracht.    Dat    heeft    een   dempend    effect    op   de
parallelmarktkoers.  De prijzen  van  tegen  de officile koers
ingevoerde  goedren stijgen extra door de hogere invoerrechten,
maar  de parallelmarktprijzen stijgen minder. Gemiddeld genomen
leidt   verhoging   van   de  invoerrechten   dan   tot  minder
prijsstijging.
Anders  gezegd, als  de overheid  dank zij  extra invoerrechten
minder  monetair financiert,  zal de  parallelmarktkoers minder
stijgen  en dat is  ongunstig voor de  koopkracht van de lieden
met  parallelmarktinkomsten. Wat  zij aan  koopkracht verliezen
komt echter terecht bij de rest van de bevolking.

Verhoging  van invoerrechten is dus  een handig instrument. Men
kan  er  de stijging  van de  parallelkoers mee  afremmen, maar
onvoldoende  om de parallelkoers snel te laten verdwijnen. Daar
is  meer  voor nodig,  namelijk alle  maatregelen van  het SAP,
waaronder   deviezensteun  uit  Nederland.   Over  dat  laatste
verderop meer.

Het ORANJE scenario: Deviezensteun zonder SAP


'Wi  e dansi  nanga mek' prisiri,  bika masra Pronk  e sorgu un
diri' zei iemand in Nederland over het 'oranje scenario'.

Al  jarenlang zijn de overheidsinkomsten lager dan de uitgaven.
Het gaat tegenwoordig om ongeveer vijftig miljoen Sf per maand.
Daardoor wordt de geldhoeveelheid groter en groter en stijgt de
parallelmarktkoers.  De laatste tijd  met ongeveer drie procent
per maand. Vervolgens stijgen natuurlijk de prijzen. Volgens de
gegevens  van het ABS gaat het  ook daarbij de laatste jaren om
eveneens gemiddeld drie procent per maand.
  Momenteel  pompt  Pronk vele  miljoenen  Nf per  maand  in de
Surinaamse  economie via  deviezensteun. In feite  wordt er een
nieuw  instrument  uitgeprobeerd. In  de  eerste plaats  is dat
bedoeld  om zoveel mogelijk Sf op te kopen voordat het SAP echt
van start gaat. Door het verminderen van het overschot aan geld
zal  de parallelmarktkoers op den duur zakken. Daarbij moet men
met  een  vertraging  van  een paar  maanden  rekenen,  want de
schepen met de goederen die vandaag worden besteld doen er even
over  om in Suriname te komen. Verder is het natuurlijk zo, dat
het  opkopen van  overtollige Sf  met Nederlandse deviezensteun
slechts  zinvol is, als de  overheid haar inkomsten en uitgaven
in balans brengt.
In  het  oranje  scenario  bekijken we  het  effect  van alleen
deviezensteun.  In dit scenario wordt  het SAP  niet uitgevoerd
en  gaat de Surinaamse  overheid gewoon door   meer geld uit te
geven dan ze aan inkomsten heeft. Desondanks krijgt Suriname in
dit scenario toch jaarlijks Nf 160 miljoen deviezensteun.
De  berekeningen met het  op Suriname toegesneden computermodel
'Macmic'  wijzen uit, dat de  parallelmarktkoers dan in de loop
van  1993 gaat zakken naar 12 Sf  voor 1 Nf. Tot 1998 blijft de
paralelmarktkoers  dan rond die 12 Sf voor 1 Nf schommelen.  Op
die  manier  zouden  de resterende  verdragsmiddelen  niet voor
ondersteuning  van een  SAP zijn gebruikt  en in  1998 op zijn.
Daarna  gaat de parallelmarktkoers steil  omhoog en zal rond de
eeuwwisseling 250 Sf voor 1 Nf worden betaald.

Zonder SAP zou voortgaan met deviezensteun dus geen zin hebben.

Het GELE scenario

De   economische  crisis  heeft  de   taalschat  van  zelfs  de
straatverkopers   in   Suriname   verrijkt   met   woorden  als
'deviezen',   'valuta',   'parallelkoers'  en   dergelijke.  De
oplossing  van de crisis brengt er  weer nieuwe woorden bij als
'devaluatie'  en  'monitoring'.  Een  toerist  die  flarden van
gesprekken  opvangt  kan  gemakkelijk  de  indruk  krijgen  dat
Suriname voornamelijk wordt bewoond door monetaire economen.
Ik moet bekennen dat het woord 'monitoring' voor mij een geheel
nieuwe  betekenis  erbij  heeft  gekregen.  Ik  dacht  dat  het
betekende    het   volgen   en   bestuderen   van   economische
ontwikkelingen  en  er  een  rapport  over  schrijven.  Maar in
Suriname  betekent 'monitoring' veel meer. In het SAP staat dat
monitoring  kan  worden  omschreven  als  'de  activiteiten die
moeten  resulteren in de richtige  en planmatige uitvoering van
het  SAP'.  Dat  betekent  dat  vrijwel  iedere  Surinamer  met
monitoring  te maken zal  krijgen.  Want  zowel werkgevers, als
werknemers,  als consumenten krijgen met  het SAP van doen. Zij
zullen  allen de ontwikkeling van hun werkgelegenheid, lonen en
prijsstijging monitoren.

GEEL SCENARIO

In  deze toekomstverkenning mogen  alle exporteurs voortaan hun
exportopbrengsten   tegen  de   parallelmarktkoers  omwisselen,
behalve  de bauxietsector. Er komen dan minder deviezen tegen 1
Sf  is 1 Nf binnen bij de  Centrale Bank, zodat de invoer tegen
officile  prijzen ook minder moet worden. In het gele scenario
volgt pas begin 1994 een devaluatie, waarna voortaan 11 Sf voor
1 Nf moet worden betaald.
Het  probleem met dit scenario is dat voor de bauxietsector, de
kurk  waarop de Surinaamse economie  thans nog drijft, een djam
sitatie  ontstaat. Een ander nadeel is  de grote sprongen in de
prijzen.

HOEKSTEEN en IJKPUNT

In   het  SAP  worden  beide  problemen  voorkomen  dankzij  de
stapsgewijze  devaluaties. Bijvoorbeeld  van de  huidige 1,8 Sf
voor  1 $, naar 5 Sf voor 1  $ begin 1993, vervolgens naar 8 Sf
voor 1 $ in april, en daarna naar 16 Sf voor 1 $ medio 1993. De
stapsgewijze   devaluatie   in   combinatie   met   voortgaande
deviezensteun lijken me de hoeksteen en ijkpunt van het SAP.

Kwetsbaar

De  Stichting Planbureau  Suriname (SPS)  heeft al  in juli dit
jaar  een  interessante  nota gepubliceerd  in  de Beleidsserie
nr.1:   "Raamwerk  voor  de   gezondmaking  van  de  Surinaamse
economie".    Daarin   worden    diverse   toekomstverkenningen
geschetst.  Niemand  weet  hoe  het  precies  zal  gaan  met de
internationale   aluminiumprijs,  dus  wat  de  waarde  van  de
Surinaamse export zal zijn. Daarom heeft de SPS drie scenario's
berekend:  een met hoge,  een met middelmatige  en een met lage
aluminiumprijzen.  Die  scenario's  laten  zien  hoe  kwetsbaar
Suriname is voor de internationale aluminiumprijs. Op basis van
de  analyse van de SPS en  de voortgaande dumping van aluminium
vanuit  Oost-Europa, lijkt het me  bij het maken van scenario's
veiliger  om ervanuit  te gaan  dat de  aluminiumprijs nog vele
jaren laag zal blijven.

Middenkoers

Suriname  importeert  tegenwoordig ter  waarde van  grofweg 600
miljoen  Nederlandse  guldens  via de  officile  koers  en ter
waarde van Nf 300 miljoen via EA. In totaal is de import dus Nf
900 miljoen waard.
Voor  600 miljoen Nf  betaalt men tegen  de officile koers ook
ongeveer   600  miljoen  Sf.  Maar  voor   de  300  Nf  via  de
parallelmarkt  betaalt men echter zestien keer zoveel in Sf. In
Sf  is de  import dus 600  +16*300 =  Sf 5400. Dat  is zes keer
zoveel  als de importwaarde in Nf. De middenkoers van de Sf ten
opzichte  van de Nf is dus  6.  Zal de parallelmarkt verdwijnen
bij een devaluatie naar 6 Sf voor 1 Nf ?

Blauw scenario

Het  blauwe  scenario gaat  uit van  een devaluatie  begin '93,
waarbij  voor 1 Nf voortaan 3 Sf moet worden betaald. Gedurende
1993   wordt  met  Nederlandse   deviezensteun  overtollige  Sf
opgekocht. Begin '94 volgt weer een devaluatie, waarna voortaan
6  Sf  moet  worden  neergeteld  voor  1  Nf.  De  lonen worden
aangepast aan de prijsstijging.
In   dit  scenario  daalt  het  financieringstekort  wel,  maar
verdwijnt  niet geheel. Maar de berekeningen wijzen verder uit,
dat  de  verhouding  van geldhoeveelheid  ten  opzichte  van de
waarde   van  het  nationale  inkomen    te  hoog  blijft.  Het
overtollige  geld  zal  dan  een  uitweg  blijven  zoeken.  Dat
betekent  dat de parallelmarkt niet  verdwijnt in dit scenario.
Dat betekent, dat de koers van 6 Sf voor 1 Nf uiteindelijk niet
kan worden gehandhaafd.
Het  lijkt daarom beter om na de eerste devaluatie, spoedig een
tweede  naar bijvoorbeeld 5 Sf voor 1 Nf te laten volgen, en in
de tweede helft van '93 te devalueren naar 9  11 Sf voor 1 Nf.
Dat  is  wat  in  het groene  scenario  gebeurt.  Daarover meer
verderop.

Het RODE scenario

De  gevolgen  van  het SAP  moet  men niet  vergelijken  met de
huidige  toestand, maar met de toestand met Suriname's economie
die  ontstaat als er geen SAP  zou worden uitgevoerd: het 'rode
scenario',  waarbij er geen SAP  wordt uitgevoerd en Suriname's
economie steeds verder in de rode cijfers komt.
In het rode scenario gaat de regering gewoon door met het sinds
begin jaren tachtig bestaande gebruik om meer geld uit te geven
dan  ze aan  inkomsten binnen  krijgt. In  dat geval  stijgt de
geldhoeveelheid    steeds    meer.    Vervolgens    neemt    de
parallelmarktkoers  steeds  verder  toe. Die  stijgt  verder en
verder tot 200 Sf voor 1 Nf rond de eeuwwisseling. De verliezen
in  de bauxietsector worden in dit  scenario na enkele jaren zo
groot,  dat verdere  productie geen  zin heeft.  De kurk waarop
Suriname's  economie ruim  een halve eeuw  heeft gedreven, gaat
dan ten onder.

Op zijn kop

De  bron van de steeds  groter wordende ellende waarin Suriname
zonder  SAP  niet  meer uit  komt,  is het  verschil  tussen de
inkomsten en uitgaven van de overheid. Dat is de reden voor het
ontstaan  van de dubbele koers en  het steeds groter worden van
het  verschil tussen officile en parallelmarktkoers. Dat heeft
drie gevolgen:
1) De export bedrijven komen klem te zitten
2)  Wie tegen officile prijzen  mag importeren wordt rijk door
tegen   parallelmarktprijzen  te  verkopen,  hetgeen  corruptie
onvermijdelijk maakt
3)  De  koopkracht  van werknemers  die  geen deviezeninkomsten
hebben  daalt. Door de stijging van de parallelmarktkoers neemt
de  koopkracht van de personen  met deviezeninkomsten toe, maar
voor de anderen daalt de koopkracht vanwege de prijsstijging.
   En  dan te bedenken,  dat de regeringen  in de jaren tachtig
geen  orde op zaken durfden te stellen door belastingverhoging,
omdat  ze bang waren voor de koopkrachtgevolgen en de stakingen
en onrust die men daarbij verwachtte! De zaak staat in Suriname
op  zijn kop: juist vanwege het uitblijven van gezondmaking van
de   overheidsfinancin  is  de   koopkrachtdaling  veel  erger
geworden, dan anders het geval zou zijn geweest.

De  achteruitgang  in  koopkracht  is  in  Suriname  veel erger
geweest, dan bij tijdige gezondmaking van de overheidsfinancin
het  geval zou zijn geweest.  Moet de koopkracht bij uitvoering
van  het SAP  nog verder achteruit?   Neen, dat  is niet nodig,
althans  voor de mensen zonder inkomen uit parallelmarkt, zoals
we straks zullen zien.

Het GROENE scenario

Na  de  zes  toekomstverkenningen die  in  het  voorgaande zijn
gepresenteerd, volgt als slot het zevende, het groene scenario.
Groen  is  een  combinatie  van geel  en  blauw  en  het groene
scenario combineert de zwevende koers uit het gele scenario met
de  vast  koers uit  het blauwe  scenario. Kenmerkend  voor het
groene  scenario is namelijk de stappenbenadering: de officile
koers   wordt   in  enkele   stappen   verhoogd  en   mede  via
deviezensteun wordt de parallelmarktkoers verlaagd, zodat beide
in  de tweede helft van 1993  vrijwel aan elkaar gelijk worden,
waarna  ze beide kunnen worden  vervangen door n vaste koers,
zoals er ook vroeger heeft bestaan.
Van  de zeven scenario's lijkt dit groene scenario het meest op
het  SAP. Hoe hoog de devaluaties zullen zijn staat niet in het
SAP.  In het groene scenario gaat  de officile koers begin '93
eerst  naar 3 Sf  voor 1 Nf  en enkele maanden  later naar 5 Sf
voor   1  Nf.  Medio  '93   wordt  de  officile  koers  verder
gedevalueerd  naar de dan  geldende parallelmarktkoers. Hoeveel
dat  is zal  medio '93  blijken. Niemand  kan op  dit moment al
precies  zeggen hoeveel  dat zal  zijn. In  het groene scenario
wordt gerekend met 9 Sf voor 1 Nf, maar het kan ook wat meer of
minder worden.

loonsverhoging

De  lonen van de landsdienaren worden in dit scenario begin '93
verhoogd  met 25  % en  later nog  eens, zodat  de lonen worden
aangepast aan de prijsstijging. Dat is een signaal naar sociale
partners om de lonen in het bedrijfsleven eveneens te verhogen.
De  parallelmarktprijzen zullen in dit  scenario dalen, maar de
officile  prijzen zullen  sterker stijgen.  Voor de gemiddelde
prijsstijging  wordt dan  een toename  van ruim  50 % verwacht.
Aangezien  de lonen evenveel stijgen, blijft de koopkracht voor
de  werknemers gelijk. Door de dalende parallelmarktkoers en de
algemene    prijsstijging   daalt   de   koopkracht   uit   het
parallelmarktinkomen. Uitgerekend daar zullen de 'slachtoffers'
van  het SAP vallen.  Voor alle zekerheid  worden in het groene
scenario de AOV, KB en onderstandsuitkeringen wat meer verhoogd
dan  de lonen, een extra veiligheid voor koopkrachtbehoud onder
de zwaksten.

De  prijzen  van  brood, gebakken  uit  geimporteerd  graan, en
benzine  zullen sterk stijgen.  Hogere inkomensgroepen besteden
een hoog aandeel van hun inkomen aan benzine en lagere meer aan
brood.  De koopkrachtontwikkeling  voor diverse inkomensgroepen
zal  daarom toch niet zoveel  verschillen, ondanks het feit dat
de  prijsontwikkeling  van diverse  artikelen nogal  uiteen zal
lopen.  Voor meer duidelijkheid  op dit punt  verwijzen we naar
het  Mini-budgetonderzoek dat  het Surinaamse consultantsbureau
ICAD  in opdracht van Stuseco heeft uitgevoerd en dat een dezer
dagen wordt gepubliceerd.

voorspelbaarheid

Omdat  lonen  en  parallelmarktkoers niet  goed  precies kunnen
worden  voorspeld, heeft de stapsgewijze aanpak van het SAP het
voordeel  dat  tussendoor  kan worden  bijgestuurd.  Het groene
scenario geeft daarom geen voorspelling wat er precies zal gaan
gebeuren, maar maakt wel de samenhangen duidelijk.
  Voor   meer  precieze  berekeningen   verwijzen  we  naar  de
Stichting  Planbureau Suriname, dat  reeds eerder een 'Raamwerk
voor  de gezondmaking  van de  Surinaamse economie' publiceerde
met  daarin  vele  scenario's.  Zie ook  de  brochure  '15 jaar
monitoring',  die ter gelegenheid  van het derde  lustrum op 16
december  1992 van de 'Stichting  ter bevordering van de studie
van  de Surinaamse  economie'(STUSECO) wordt  gepubliceerd. Ten
tijde  van het eerste lustrum was  er geen plaats voor vreugde,
bij  het tweede lustrum hadden we de moed bijna opgegeven, maar
nu  bij het derde lustrum zien  we onder de oppervlakte van een
verder   achteruitgaande  economie,   tegenstromen  aan  kracht
winnen.  Het is de kracht van  alle Surinamers die de moed niet
willen  opgeven en die bij daadkrachtige uitvoering van het SAP
de  wind  in de  rug zullen  krijgen. Om  die kracht  gaat het,
waarbij   de   Nederlandse   deviezensteun,  met   de   EG  als
scheidsrechter erbij, niet meer dan een aanvulling is.

Marein van Schaaijk, december 1992
